Tuesday, January 9, 2018

zeven en een half miljard mensen - een situatieschets

7.500.000.000 Mensen bewonen deze aarde (de worldometer - whatever that may be - zegt op het moment dat ik dit tik 7.593.734.555).
Bijna 7,6 miljard mensen op onze planeet. Mensen die gevoed willen worden, gekleed willen worden, gehuisvest willen worden.
Mensen die energie hebben en die iets om handen willen hebben.
Mensen die zich ook nog willen ontspannen.

Dat moet georganiseerd worden.
Dat gebeurt ook. Zeg maar met een soort van invisible hand - maar dan iets ruimer dan Adam Smith die hand bedoelde.
Ten tijde van Adam Smith waren er nog geen mensenrechten. Maar iemand die in China woont heeft inmiddels weet van recht op vrije meningsuiting in een land als NL. En vrouwen in Saudi Arabië hoorden van vrouwenkiesrecht.
Dus er is vraag naar meer dan alleen huisvesting kleding voedsel.
Dat wordt allemaal georganiseerd, en voor zover dat nog niet georganiseerd wordt krijgt het aandacht en staat het ergens op een agenda.

Dat bracht rommel met zich mee, zeg maar vervuiling.

Er is ook zoiets als energiebehoefte. Om die huisvesting te kunnen verzorgen, om de huisvesting comfortabel te maken, om kleding te maken, om voedsel te bereiden.
Dat wordt ook allemaal georganiseerd. Op één of andere manier komt het beschikbaar, en waar het nog niet beschikbaar is zijn er die er aan werken om het af te dwingen.

Om dat te organiseren is geen sinecure. Wij hebben deze manier van organiseren vnl. opgeborgen in het kapitalistische systeem. Een kapitalistische orde die zich prima verhoudt tot de democratische orde. Optimistische kapitalisten zeggen zelfs dat die behoefte aan zulke onbetaalbare dingen als betrokkenheid en meer gerechtigheid in een kapitalistisch geordende wereld vanzelf neerdalen volgens het trickle down principe.
Waar of niet waar - volgens mij is het niet waar, in ieder geval niet het hele verhaal - één ding is duidelijk: er moet gedealed worden.

Dealen tussen 7.593.740.584 mensen (de teller is inmiddels wat opgelopen) is niet zo eenvoudig.
Vraag en aanbod - ja.
Maar er zijn wat heikele punten. Wie kennis heeft en dat goed gebruikt, heeft een betere positie aan de onderhandelingstafel.
En niet alles wordt onderhandeld, wordt aan vraag en aanbod overgelaten: er zijn monopolieposities.
Die van de westerse invloedsfeer zijn wat beter in het dealen, anders gezegd: weten goed voor zichzelf te zorgen.

Dat bracht niet alleen vervuiling, maar ook irritatie met zich mee.

En dat dealen ziet er allemaal heel rationeel uit, maar mensen kunnen behoorlijk verhit raken.
Over kernenergie.
Over de fusie tussen Bayer en Monsanto.
Ook over hogere waarden die ons in ons bezig zijn vergezellen, kunnen verrijken. Over zoiets als geloof en wetenschap. Of over evolutie of creationisme. Ook in het westen, waar ze zo goed kunnen dealen. Misschien wel: juist in het westen.
Je zou dat ook wel een luxe van hen die de westerse wereld bewonen kunnen noemen. Maar, hoe luxueus ook, er wordt dan nauwelijks, of helemaal niet gecommuniceerd, laat staan gedealed. Beste voorbeeld op dit moment: de gespletenheid van de Amerikaanse samenleving waar Republikeinen en Democraten elkaar niet meer verstaan.
En er worden ook wel muren gebouwd - tussen hen die goed gedealed hebben en hen die niet zo tevreden zijn met de deal.

Dat bracht niet alleen vervuiling en irritatie, maar ook verontwaardiging met zich mee.

En ook kruistochten.
Want, we hadden de steentijd gehad, de kopertijd, de bronstijd, de ijzertijd - en waren zo de beschaving ingerold.
De beschaving die Verlichting bracht. En Verlichting die voor ieder idee alternatieve ideeën bracht.

Vandaar: kruistochten.
Want, daar is ook de grote verstierder, waar we al zolang als we rondlopen op deze aarde, in ieder geval sinds we woorden hebben en boodschappen kunnen schrijven, mee behept zijn: het doemdenken.
Van de eerste mensen die op aarde rondzwierven is dat te begrijpen. Geconfronteerd met allerlei onheil, donder en bliksem, zwiepende regens, aardbevingen - nog levend in het echte donker, en nauwelijks een schuilplaats.
De mensen gingen goden bedenken die soms vriendelijk zijn, maar ook vaak onrechtvaardig hard straffen. Herstel, niet onrechtvaardig: wij nietige mensen maken er een rotzooitje van en zijn schuldig voor God. Zie de zondvloed, een fenomeen dat zich niet alleen in de Joods-Christelijke sfeer manifesteert.
Zo lossen onze zieners dat tekort aan inzicht op. En berekenen de maximum tijd die God ons op deze aarde zal toestaan. Op die en die datum, of over zoveel jaar, zal de wereld vergaan.
’t Zijn niet de domsten hoor, die ons dat aanpraten - en altijd gericht op ons schuldgevoel.
Ook als we een beetje verlicht zijn geworden, zijn die verhalen niet te onderdrukken. Overbevolking en de slechtigheid die daarmee toeneemt onder de mensen, zoals homoseksualiteit, zal de Heere een gruwel zijn en zal ons lot definitief bezegelen.
En nu, terwijl God al een beetje uit de buurt is, zich even niet met ons bemoeit, zijn er toch weer boodschappers die zeggen dat we verkeerd bezig zijn, en dat de straf zwaar en wreed zal zijn: massa-extinctie.

Wat precies zijn we nu dan aan het doen?
We maken het klimaat kapot!

Zeven en een half miljard mensen (het zijn er inmiddels 7.593.778.273) proberen een beetje te overleven. Proberen dat samen te doen. Moeten er het beste van maken, een beetje wheeling and dealing. Alleen, niet iedereen wilde dezelfde kant op dealen. En weer zijn daar de zieners onder het volk, andere zieners, nieuwe zieners, die als enige weten hoe het zit: jullie bakken er niks van, jullie maken er een potje van, ’t is allemaal helemaal verkeerd georganiseerd.

En de vraag die beantwoord moet worden is deze: what about sustainability? Kan het zijn dat dat een kruistocht is geworden?
Is sustainability een reële zorg van de doemdenkers, is sustainability een speeltje van de modelbouwers, of is sustainability conditio sine qua non voor de verdere groei van de wereldbevolking.

- + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + -

Toen ik het plan had opgevat om dit op te schrijven gebeurde er iets vreemds. Ik ging ’s avonds naar bed, met flarden van deze tekst in mijn hoofd, met de bedoeling om voor het inslapen nog even mijn gedachten te laten gaan over deze zaak, zodat ik de volgende morgen, na het ontwaken mijn gedachten helder op papier zou krijgen. Een meninghebber van de NRC, met een ietwat negatief mensbeeld, kwam ook nog even langs: ook zij was van mening dat de globale aftakeling niet meer ver weg was, en gaf haar publiek te verstaan dat we bij dit soort onvermijdelijke catastrofes altijd direct naar de mens moesten kijken om te weten wie dit onheil over onze planeet had afgeroepen. De mens als oorzaak van alle ellende.

Terwijl ik lag te slapen kreeg ik een niet zo schone droom. Ik was in mijn ouderlijk huis. Mijn vader belde aan, aan zijn eigen voordeur. Het nieuwe jaar was net begonnen. Ik deed open en liet hem binnen. Hij kwam niet binnen maar deed de deur weer dicht en belde opnieuw aan. Dat herhaalde zich een paar keer. Mij werd duidelijk dat we iets afgesproken hadden waaraan ik niet had voldaan. Toen ik de deur nog een keer opende zei ik zoiets als: ja, ik weet dat we vorig jaar iets hebben afgesproken, maar ... Hij duwde me ruw opzij, en ging naar de keuken. Daar stonden tomatenplantjes, om in de grond gezet te worden. Die hadden mijn broers en ik gekocht. Hij keek er naar, een beetje minachtend. Hij pakte een plantje, haalde het uit de verpakking, klopte de grond af tegen één van zijn postbestellersbottines en trapte met die zware schoen zo het plantje stuk.

Wakker geworden dacht ik: wat een gekke droom. Mijn vader spitte z’n volkstuintjes om, harkte ze aan, zaaide en plantte, wiedde onkruid, en zette voor z’n kinderen het hele jaar aardappelen en groente op tafel. Mijn vader zou van z’n levensdagen geen plantje vertrapt hebben.

NB
Dit is de tweede van een aantal impressies van wat zich in die climate wars afspeelt.
Voor de volgende impressie zie: I've read the science

Tuesday, January 2, 2018

climate deniers

De blogosphere, en wat daarmee samenhangt, zoals facebook en twitter, wordt beheerst door drie belangrijke levensvragen: bestaat God, is het verhaal van de evolutie waar en hoe slecht gaat het nu met het klimaat. Zij die niet in evolutie geloven zijn het makkelijkst in een hokje te plaatsen: dat zijn gewoon numbskulls. Zij die niet geloven worden gevangen met een drogreden: die hebben ook een geloof, want ze geloven dat God niet bestaat. Zij die niet (direct) mee willen spelen bij de grote zorgen over het klimaat krijgen het etiket “DENIER” opgeplakt.

Over één ding zijn de aanhangers van God, evolutie en klimaatverandering het eens: zij die niet geloven, zij die menen dat het verhaal van Darwin grote hiaten vertoont, en zij die niet bezorgd zijn over de gevolgen van de door de mens teweeggebrachte klimaatverandering zijn blog-o-bots die de blogosphere vervuilen.

Climate denier, da’s eigenlijk een rare. Ik geloof niet dat er iemand is die ontkent dat er klimaat is - al was het alleen maar omdat het zo nu en dan ons humeur flink kan beïnvloeden.
Bedoeld wordt eigenlijk dit.
Er zijn mensen die zich zorgen maken om het klimaat. Er is een wetenschappelijke discipline ingericht, die die zorgen tot uitdrukking brengt in onderzoek en rapportage van positieve bevindingen. In de politieke sfeer worden er maatregelen getroffen (die geld kosten en/of het plezier in het leven vergallen). De mens wordt daarmee op een voetstuk geplaatst: dat hij voldoende begrijpt van en iets kan veranderen aan het klimaatsysteem, en tegelijkertijd als de schuldige wordt aangewezen van de klimaatverandering. Zoals een site die klimaatactivisten van argumenten voorziet het stelt: Climate reacts to whatever forces it to change at the time; humans are now dominant forcing.
Er zijn ook mensen die vraagtekens zetten bij die zorg voor het klimaat en de maatregelen die daaruit voortvloeien. Mensen die vooral geen schuldgevoel aangepraat willen worden.
Omdat de wetenschap hypotheses heeft opgesteld en inmiddels omarmt die positief voor die zorgen zijn, hypotheses die inderdaad de schuld bij de mens leggen, worden zij die vraagtekens zetten deniers genoemd.
Dat is de wereld op z’n kop zetten.

Ik kom hierop doordat ik kennis maakte met Susan Crockford en de behandeling die ze zich moest laten welgevallen door het wetenschappelijke tijdschrift Bioscience c.q. een onderzoeksteam van Harvard.
Crockford is een erkend scientist, die ook iets weet van ijsberen. Genoeg, naar haar mening, om te protesteren tegen het verhaal dat er rondgaat over de negatieve ontwikkeling van de ijsbeerpopulatie. Daarop heeft een team van Harvard een vernietigend artikel over haar geschreven. Dat team heeft “verzuimd” om te praten met Crockford, om aldus te weten te komen wat ze precies van ijsberen afweet, hoe ze aan die inzichten komt, en of dat een aanleiding zou kunnen vormen om de wetenschappelijke inzichten bij te stellen.

Eén ding staat vast: het klimaat verandert voortdurend.
Een tweede is of wij voldoende van het zeer gecompliceerde klimaatsysteem begrijpen om daarbinnen oorzaak en gevolg aan te wijzen.
Een derde is of we kunnen vaststellen wat de juiste maatregelen zijn.

Ik ontken niet dat het klimaat verandert. Ik ontzeg de menselijke maat wel de capaciteit en de competentie om het klimaatsysteem te doorgronden. Dus ik huiver als ik aan sommige mogelijke maatregelen denk.
Ik woon op een heuvelrug met zicht op een meer. In de vlakte beneden mij liggen enkele landbouwgronden die vanwege de landbouwpolitiek niet meer gebruikt worden. Mijn omgeving is rijk aan zonuren. Ik moet er niet aan denken dat ze op die landbouwgrond zonnepanelen gaan plaatsen. Mijn omgeving heeft een overvloed aan winduren, gevuld met stevige wind soms. Ik moet er niet aan denken dat ze hier windmolens gaan plaatsen.
Ik ga gillen als ik er aan denk.

Een belangrijke vraag is dan toch: hebben we goed zicht op het klimaatsysteem en de veranderingen die zich daarin voordoen.
Eén van de non-deniers is Bart Verheggen. Hij is een breed georiënteerde atmosferisch wetenschapper, en [houd me] bezig met onderzoek, advies en communicatie op het gebied van klimaat, energie en luchtkwaliteit.
Hij schrijft op zijn blog: Modellen, gebaseerd op natuurkundige kennis van het klimaatsysteem, kunnen de recente opwarming goed verklaren, maar alleen als daarbij ook de menselijke invloeden zoals emissies van broeikasgassen en aerosolen (fijn stof) worden meegenomen.
Daar wringt bij mij de schoen. We weten veel van de economie af. We hebben dan ook modellen om het toekomstige economische gebeuren te voorspellen. Iedereen weet wat de resultaten daarvan zijn: dat gaat heel vaak niet goed.
Het klimaatsysteem is vele malen ingewikkelder dan de economie. Wat moet ik dan van die modellen verwachten.
Bart voegt daaraan toe: Zou het kunnen dat al die wetenschappers het faliekant mis hebben? Dat kun je natuurlijk nooit uitsluiten, maar voor een dergelijke boude stelling heb je dan wel heel sterke bewijzen nodig ... Ja, dat zou heel goed kunnen Bart. En dat is, nogmaals, de wereld op zijn kop zetten. Als iemand wil beweren dat God bestaat, kun je bij degene die die bewering niet accepteert niet de bewijslast van het niet bestaan leggen.
Als jij, of welke klimaatwetenschapper dan ook, wilt beweren dat wij het klimaat naar de donder helpen, zul jij dat moeten bewijzen. En als je maatregelen wilt treffen om iets tegen klimaatverandering te doen, zul je met verdomd goeie argumenten moeten komen - zodat ik niet bang hoef te zijn dat het middel wel eens erger dan de kwaal zou kunnen zijn.

Wij hebben in NL ook een geleerde die een slechte naam heeft in de milieubeweging: Salomon Kroonenberg. Nogmaals het blog van Bart Verheggen. N.a.v. een interview dat Maarten Keulemans had met Kroonenberg schrijft Hans Custers, gastschrijver: op detailniveau spuit Kroonenberg zo veel drogredenen, halve waarheden en hele onwaarheden, dat hij zich volledig diskwalificeert als serieus te nemen wetenschapper.
Ik wist ineens, met grote en stellige zekerheid, dat ik niet wil dat de Bart Verheggens onder ons, in hun hoedanigheid van wetenschapper, ook maar één klein vingertje in de pap krijgen bij het overwegen van maatregelen die de (gevolgen van) klimaatverandering moet beperken.

Verheggen/Custers zegt nog iets: “Bovendien vergeet hij [Kroonenberg]dat de aarde nog nooit in de hele geologische geschiedenis bewoond werd door ruim 7 miljard mensen, die voor hun bestaan in belangrijke mate afhankelijk zijn van stabiel klimaat.
Ja Bart/Hans, inderdaad, 7 miljard mensen. Dat moet georganiseerd worden. En om dat te organiseren moet er gedealed worden tussen mensen met verschillende inzichten.
Nee Bart/Hans, stabiele klimaten bestaan niet. En God verhoede dat jij je wetenschap ooit mag gebruiken om maatregelen te treffen zodat het klimaat gestabiliseerd wordt. Ik geloof niet in God. Maar ik zou bijna in hem gaan geloven, in het vertrouwen dat hij jullie met bliksem en donder een halt toe zou roepen, zodat je het werk zijner handen niet kunt verstieren.

Ik ken Susan Crockford niet zo goed. Maar haar papieren zijn OK.
Ik heb wat meer zicht op Salomon Kroonenberg. Volgens mij is dat een integere wetenschapper.
“Echte” wetenschappers hebben kennelijk problemen met dit soort wetenschappers.

Het klimaat baart mij niet zulke zorgen. Er zijn genoeg mensen van goede wil. De geschiedenis heeft aangetoond dat er steeds weer Tom Poes-en zijn die een list verzinnen, daartoe aangemoedigd door bezadigde Heren van Stand.
Wat mij zorgen baart is het wetenschappelijk klimaat, waarbinnen met niet zulke welkome boodschappers op deze manier wordt afgerekend. Absoluut geen Heren van Stand.

NB
Heel toevallig ontdekte ik de climate wars. Dit is de eerste van een aantal impressies van wat zich in die climate wars afspeelt.
Voor de volgende impressie zie: zeven en een half miljard mensen

Thursday, December 28, 2017

porca miseria, where the hell are Pinamonti's marbles

Do you know Pinamonti?

I do know Pinamonti.
I prayed heaven: let this cup pass from me.
Just joking.

But he came to my place.

Those of you who are familiar with James Joyce's A Portrait of the Artist as a Young Man will probably know the man. Although James Joyce didn't mention his name, his biographers have disclosed the sources of which is one of the most pungent and gruesome passages of Joyce's work.
It is also the far most insulting description of my place.

In A Portrait, Stephen Dedalus, alter ego of JJ, has to hear a sermon, and the sermon is about my abode. The sermon tells schoolboys about the place of my reigning.

- Adam and Eve, my dear boys, were [...] created by God in order that the seats in heaven left vacant by the fall of Lucifer and his rebellious angels might be filled again ...
- Alas, my dear little boys, they too fell ...
- And then the voice of God was heard in that garden, calling His creature man to account ...
The preacher's voice sank. He paused, joined his palms, for an instant, parted them. Then he resumed:
- Now, let us try for a moment to realise, as far as we can, the nature of that abode of the damned ...
- They lie in exterior darkness ...
- The horror of this strait and dark prison is increased by its awful stench ...
- But the stench is not, horrible though it is, the greatest physical torment to which the damned are subjected. The torment of fire is the greatest torment ...
- Our earthly fire again, no matter how fierce or widespread it may be, is always of a limited extent: but the lake of fire in hell is boundless ...
- And yet what I have said as to the strength and quality and boundlessness of the fire is as nothing when compared to its intensity ...
- Consider finally that the torment of this infernal prison is increased by the company of the damned themselves ...
- Last of all consider the frightful torment to those damned souls, tempters, and tempted alike, of the company of the devils ...

If you think I'm quoting at length - no, I'm not.
And this was only the morning session.

The preacher began to speak in a quiet friendly tone. His face was kind and he joined gently the fingers of each hand, forming a frail cage by the union of their tips.
- This morning we endeavoured, in our reflection upon hell [...] the composition of place [...] the material character of that place and of the physical torment which all who are in hell endure. This evening we shall consider for a few moments the nature of the spiritual torments ...

I'll spare you the details, as I did above. I have summarized in 340 words what James Joyce tells you in 17 pages. James Joyce was a great sinner, and a joyous sinner too. But having heard that sermon as a fourteen year old boy, some time after his first experience with the whores, he came down the aisle of the chapel, his legs shaking and the scalp of his head trembling ...

The sermon was held by a preacher, but it was not his sermon. No, this sermon is written, and apparently preserved to repeat it now and then, to make young boys hear it.
The author was Giovanni Pietro Pinamonti, a great preacher, who came here at the beginning of what you call the 18th century. As I say, I didn't want to have him here. I didn’t begrudge him having heaven, and I didn’t begrudge Jehovah having him. When he died, and he came down the path to these places I camouflaged the entrance to my embankment place. But how sturdy that man was. He looked and looked, he rummaged over the place, poked in the leaves and twigs, and he found my path.
There he was, looking me in my face.
- Aha, there we are.
- You are wrong.
- No, I want to see hell as it is. If I got it right.
- Impossible, it's either Hell or Heaven, no way back. Please I warn you, this is the highway to hell.
- I'm not afraid. The good Lord has a lot of us saved from Hell.
Mines were fruitless attempts to change his mind. Inutile.
He was in the boat, before I could stop him. I rowed my boat in silence to my landing.
He was also the first to disembark. Anyway, his goose was cooked.
- Where 's the fire?
- We don't have fires here.
He looked around. He saw mountains, yielding prosperity fot the people, and hills in righteousness. He saw green pastures, still waters.
Then his eye caught something.
- What's that?
He pointed at a fireplace. You could see some flames.
- That's for the Jacuzzi.
He looked bewildered.
- Is this Hell?
I nodded.
- Then I better go to heaven, that must be ...
I interrupted the man brutally, took his arm, brought him to my mountain and pointed at the singing business of Jehovah.
- That's Jehovah's place, which to you from now on is forbidden territory. Make yourself comfortable and have a nice day.

I had seen well. This guy was a nuisance. Everyday something to complain. Loaded with frustrations.
How could I get rid of that man?

Well, that's the biggest problem. You, and you ... and you are already a few times raptured. Your elements have found each other again, and again, and have ordered for the envelope you are.
That's not the case with Pinamonti.
I hate to think of it but it seems to me that the constituting elements of Pinamonti are happy to be redeemed from the obligation to bear Pinamonti's envelope, and refuse, against every statistical law, to reconfigure the state which asks for the return of this fire-and-brimstone sermoner.
And, let's be honest, who would blame them? Who, in heaven or on earth, would like to meet again with a man who has made it his life's work to frighten kids and merry sinners, at the same time inventing the cruellest tortures.

NB
This is the sixth of a series of impressions of the dwellings of Jehovah and Satan
For the first impression follow the link how to tell you're in heaven

Wednesday, December 27, 2017

revelation or illusion ... and Hitchen’s razor

Ik ben niet zo’n fan van Hitchens’ razor.
"What can be asserted without evidence can be dismissed without evidence"
Het zet de gelovige in een verkeerde hoek. Als iemand wil geloven moet ie dat zelf weten - en ik zal hem serieus nemen.
Eerst wanneer die iemand wil dat ik zijn geloof overneem, zal ik hem vragen de werkelijkheidswaarde van dat geloof aan te geven. En mocht deze gelovige zeggen: “Denying the existence of God is as much a leap of faith as asserting it.” - zoals Peter Wehner in het Kerstnummer van de New York Times - dan zal ik zeggen: nee jongen, da’s de zaak omkeren. Als ik iets, wat jij me op de mouw wilt spelden, niet geloof of niet vertrouw, maakt dat van mij noch een gelovige noch een ongelovige.
En ik zal besluiten: het lijkt me beter dat je van nu af aan je verhaaltjes voor je houdt.

Maar gisteren kon ik de neiging om Hitchens’ razor tevoorschijn te halen maar ternauwernood onderdrukken.

In dat wat voorafging aan deze post revelation or illusion kwam een uitspraak van Francis Collins aan de orde ... samengevat: je hebt een revelation, daarop laat je reason los, en dan leidt een leap of faith tot inzicht ... een uitspraak die door Cees Dekker was doorgetweet. Naar aanleiding van die tweet ontstond een discussie die ik met interesse wilde volgen. Iemand vroeg: hoe weet je of je met een revelation of met een illusion te maken hebt?
Dekker gaf antwoord op die vraag: “Of iets openbaring is [of] een illusie blijkt uit het feit dat het blijkt te passen bij de werkelijkheid. Toegegeven, daar zit een element van subjectiviteit in.”
Wel, meer een begin van een antwoord dan een echt antwoord, maar het geeft iets aan.

Maar Dekker voegde er nog iets aan toe. “Hoofdpunt waarom atheïsme (wat ik serieus overwoog) me niet overtuigt: Het benoemt veel kernzaken als illusie (zin van het leven, waardigheid van de mens, schoonheid, goedheid…).”
Waarop ik in de discussie sprong (ingreep):” Nee hoor Cees, zin van het leven, waardigheid van de mens, schoonheid, goedheid ... zijn voor de atheist geen illusie. Hiermee is je reasoning overgegaan in exclusief claimen voor gelovigen van dingen die er toe doen.”
Waarop Dekker mij antwoordde: “Ik begrijp dat ook de goedwillende atheist er wat van probeert te maken, maar het spijt me voor hen: in de louter toevallige beweging van atomen - de enige basis van het al, aldus de atheïst - valt erg weinig zin te ontdekken.”

Een opmerking van een atheist - over de basis van het al - leidt tot Dekker’s conclusie: zin van het leven, waardigheid van de mens, schoonheid, goedheid ... zijn voor de atheist illusie.
Die atheist blijkt Steven Weinberg te zijn. Ik weet niet veel van Steven Weinberg. Zijn biografie doet niet vermoeden dat hij zaken die er toe doen als een illusie ziet.
Maar ik weet één ding zeker: Dekker heeft geen zorgvuldig onderzoek gedaan naar de beweegredenen van Weinberg.
Dit zegt Weinberg over geloof / religie: “Frederick Douglass told in his Narrative how his condition as a slave became worse when his master underwent a religious conversion that allowed him to justify slavery as the punishment of the children of Ham. Mark Twain described his mother as a genuinely good person, whose soft heart pitied even Satan, but who had no doubt about the legitimacy of slavery, because in years of living in antebellum Missouri she had never heard any sermon opposing slavery, but only countless sermons preaching that slavery was God's will. With or without religion, good people can behave well and bad people can do evil; but for good people to do evil — that takes religion.”
Die laatste deelzin is niet leuk voor Cees Dekker. Ik weet ook niet of het een goede afsluiting van de voorafgaande observatie is. Maar één ding is zeker: hier spreekt een man die gevoel in zijn donder heeft, hier spreekt een man die de waardigheid van de mens na aan het hart ligt.

Nu is Dekker een groot wetenschapper, erkend en gewaardeerd door wetenschappers in binnen- en buitenland. Hij heeft weet van hypothese en benodigd onderzoek om van zo’n hypothese wetenschap te maken. Hij kan observeren, meten, één plus één bij elkaar optellen en concluderen. Dus, aan zijn intellectuele capaciteiten kan het niet liggen.

Hier moet sprake zijn van twee revelations die via reasoning en een leap of faith tot inzicht zijn verworden.
1. Over de inzichten in de persoon Weinberg. Dekker heeft iets gelezen van Weinberg, over atomen en de basis van het al. Daar openbaart zich iets. Dekker’s reason gaat aan de slag, en na een leap of faith heeft hij nieuw inzicht verworven: de dingen die er toe doen zijn voor Weinberg zinloos.
2. Over Dé atheist. Dekker leert dat Weinberg een atheist is. Daar openbaart zich iets. Dekker’s reasoning gaat aan de slag, en na een faith of leap heeft hij nieuw inzicht verworven: de dingen die er toe doen zijn voor atheisten zinloos. (En een "goedwillende atheist" die die toevallig tegenkomt - ik dus - betekent geen nieuwe revelation en dus geen nieuw inzicht.)

Ja Cees, ik zou zeggen: er komt behoorlijk wat subjectiviteit om de hoek kijken. En reasoning is gedurende het proces, wat zeg ik, aan het begin van het proces op de mesthoop terecht gekomen.

Van mij mag voortaan iedere uitspraak die Cees Dekker doet buiten zijn wetenschappelijke kader - en ik bedoel dan zijn technisch-wetenschappelijke kader - a priori met het razor van Hitchens benaderd worden. Ook wel: met een korreltje zout genomen worden. Dat ik op één willekeurige dag in het leven twee leaps of faith zie, terwijl een beperkte research-inspanning ook inzicht had kunnen leveren - bijv. even de fiets pakken en naar de bibliotheek - wel ... ik weet voor even genoeg over die revelations.

En dat op een dag dat iemand mij de vraag stelt “How Can I Possibly Believe That Faith Is Better Than Doubt?” en mij informeert over “the walls we have built between faith and reason.” - opnieuw Peter Wehner in de New York Times.
Yes Sir, ik zou maar eens wat meer gaan twijfelen en wat vaker achter mijn oor krabben, als ik U was.
No Sir, we hebben geen muur gebouwd tussen reason en faith. Zoals we ook geen muur bouwen tussen zulke uiteenlopende dingen als een voetbalveld en een glas met water, zoals we ook geen muur gebouwd hebben tussen ooievaars en zwangere vrouwen.
Faith en reason hebben - naast een vocabulaire dat benodigd is - niets met elkaar gemeen. En tegen hen die ons dat wel willen doen geloven, zoals Cees Dekker, en zoals U, Peter Wehner, zeg ik: het lijkt me beter dat je van nu af aan je verhaaltjes voor je houdt.

Monday, December 25, 2017

revelation or illusion

“But reason alone cannot prove the existence of God. Faith is reason plus revelation, and the revelation part requires one to think with the spirit as well as with the mind. You have to hear the music, not just read the notes on the page. Ultimately, a leap of faith is required.”

Dit is een citaat uit een post van Francis Collins, wetenschapper, met als titel “Why this scientist believes in God”. De post is gepubliceerd april 2007. Het citaat is geactualiseerd doordat Cees Dekker, wetenschapper die vindt dat wetenschap gecombineerd kan/moet worden met geloof, het één dezer dagen getweet heeft met als kwalificatie “nice quote”.

Laat ik voorop stellen dat ik geen probleem heb met wetenschappers die geloven. Als ze hun wetenschappelijke arbeid uitvoeren conform de criteria die daarvoor gelden kan daar niks mis mee wezen. Zeker niet riskanter dan een socioloog die zich, gegeven zijn sociaal culturele achtergrond, zet aan het definiëren van een maatschappelijk probleem dat hoognodig onderzocht moet worden.

Wat mij wel een probleem lijkt is de ingrediënten die Collins hier met elkaar mengt, waar Dekker bewondering voor heeft: faith / reason / revelation / spirit / mind.

Revelation lijkt me hier een sleutelwoord.
De filosoof zegt: Revelation is the self-disclosure of God to humanity. Nu zijn er nogal wat redelijke mensen geweest - denkers - die iets over God hebben gezegd. Dat kan alleen uit revelation tevoorschijn komen. En die uitspraken vertonen zoveel verschillen dat je je mag afvragen: hoe betrouwbaar zijn die revelations.
Anders gezegd: wanneer is er sprake van revelation en wanneer is er sprake van illusion. Over illusion zegt de filosoof: it is impossible to distinguish a hallucination of being faced with an elephant from the state of being actually faced with an elephant.

Collins, en naar ik aanneem Dekker in zijn kielzog, gaan een revelation te lijf met reason.

Allereerst een citaat over de verhouding tussen illusion en revelation. Uit “Experimental Essays on Chuang-tzu”. Zhuang Zhu was een belangrijke filosoof die leefde tijdens de Periode van de Strijdende Staten.
“... but the spontaneous is always springing up at the center of me, thrusting me forward or dragging me back, and it is only at the periphery that I can take full control of it. Nor is it sensible to wish that it were otherwise, since raptures, aesthetic, erotic, intellectual, mystical, in which the spontaneous floods the whole of consciousness, can lift us to heights of awareness beyond our ordinary capacities. They can also delude us, of course, and the obscured line between revelation and illusion is a distinction to cling to as best one can, to be clarified by reason in retrospect or not at all.”

Een lang citaat, om ook de aard van een revelation duidelijk te maken: an aesthetic, erotic, intellectual, mystical rapture (ik kan de intellectual rapture niet goed plaatsen).

Maar het venijn zit natuurlijk in de staart: “the obscured line between revelation and illusion” en “to be clarified by reason in retrospect”.
Wie een revelation heeft gehad, en die mee naar huis neemt om daarover te berichten staat in wezen met lege handen. Er is niets concreets, er is niets meetbaar, er kan geen sprake zijn van herhaling. Maar bovenal, niemand kan ooit God kennen - daar zijn alle theologen en filosofen het over eens. Hoe dan zal degene die een revelation heeft gehad kunnen zeggen dat God zich aan hem kenbaar heeft gemaakt?
How to clarify a revelation by reason in retrospect?

Collins vat het samen met een muzikale ervaring: You have to hear the music, not just read the notes on the page.
Collins zou zich een paar dingen kunnen afvragen.
Hoe had Ludwig von Beethoven zijn Missa Solemnis of zijn 9de symfonie kunnen componeren?
Hoe was het mogelijk dat Leonard Bernstein, om maar een dwarsstraat te noemen, het orkest door een partituur kon leiden als hij die niet van te voren, liggend op de sofa, grondig had doorgenomen.
Of dit: ... in interviews, Gould would talk about the importance of learning a piece of music on paper before performing it.

NB
Deze post kreeg nog een onverwacht staartje, n.a.v. een discussie met Cees Dekker over revelation /illusion
zie: revelation or illusion ... Hitchens'razor

Tuesday, August 8, 2017

blockbuster


Deze foto is gemaakt door Marleen Roelofs. Ze heeft hem op facebook gepubliceerd, met als omschrijving: Ieri sera cinema all'aperto al Castello di Castiglione del Lago. Che bello fresco.
Ze spreekt van bello fresco, en doelt dan op de frisse open lucht. Niet op de schilderingen die op het op de foto nog witte doek komen. De schilderingen van een blockbuster, an epic best-selling film, kun je moeilijk met een affresco vergelijken, zelfs niet met die van Luca Signorelli in de Duomo di Orvieto: le grandiose scene apocalittiche, fra cui l’Annuncio del Giudizio.

De foto is genomen in de pauze van de film WAR FOR THE PLANET OF THE APES, zojuist uitgebracht.

Ik heb die film gezien.

Indiewire, een website voor/over films, zegt er van: As big, effects-driven Hollywood spectacles go, you can't do much better than this.
Ik geloof het graag. In dat opzicht vloeit de beker over van melk en honing.
Voor de liefhebbers dan.
Veel geweld dus. En veel smerige wreedheid van mens tegen mens - homo homini lupus est - én van mens tegen dier.

Persoonlijk vind ik er nogal wat idiotie in zitten.
Smaken verschillen, maar een meisje dat bij het lijk van haar zojuist doodgeschoten vader enigszins beteuterd staat te kijken, terwijl ze later in de film grote emoties laat zien bij de dood van een aap - dat vind ik wel de absolute limit.

War for the Planet of the Apes received praise for its […] morally complex storyline.
“War” is unusually bleak and violent. “If we were doing this without apes, they never would have made it,” Reeves says. But it is also deeply morally engaged, with visual and thematic echoes of everything from the Exodus to the Holocaust.
Ik vind dat grote onzin. Ik heb geen bredere morele lijn gezien dan de lijnen die in sommige wild west films worden gevolgd.
War for the planet of the apes is gewoon een wild west film in een ander jasje.

Okay, de hoofdrolaap voert de naam Caesar. En met verve. Nou ja, hij is leider van een stam, maar gaat de oorlog in met een legertje van vier waar zich genoemd meisje bijvoegt. Maar, naar de bedoeling van Reeves “Caesar is going to become like a mythic ape figure, like Moses” eindigt hij de film als meer dan een echo van Mozes: hij mag het beloofde land wel vanaf een heuvelrug aanschouwen, maar niet betreden. Edoch, wel met heel ander volk dan waarmee hij begonnen is.
Een metamorfose van jewelste.

Ik bevond mij in gezelschap, dus ik heb die beker moeten ledigen, willen ledigen. Ad fundum.
Ik heb er geen plezierige smaak aan overgehouden.
War for the planet of the apes is gewoon een rot film!

Monday, August 7, 2017

NRC checkt fact

Recent heeft NRC binnen een paar dagen twee opmerkelijke staaltjes van factchecking afgeleverd.

Rutger Bregman, historicus, twitterde: „Sorry, maar is een feit dat jager/verzamelaars fysiek gezonder waren dan landbouwers.” Dit nadat een lezer zijn pleidooi om kinderen meer te laten spelen, zoals lang geleden in de tijden van de jager/verzamelaar gebruikelijk was, als nostalgie had afgedaan. Een NRC-lezer vroeg de krant te checken of dat waar was.

NRC vroeg Bregman naar de herkomst van diens bewering. Bregman had deze kennis opgedaan in de collegebanken.
De wetenschap heeft vastgesteld dat de jagende mens langer leefde dan de boerende mens en qua gemiddelde lengte boven de boer uitstak, en dat botten en gebitten van boeren tekenen vertoonden van ziektes die bij de jagers niet voorkwamen. Dat onderzoek is eerst met de nodige scepsis ontvangen, maar aanvullend onderzoek heeft de bevindingen niet ondergraven.
Wel is het zo dat de kindersterfte onder de jagers aanzienlijk hoger lag.

In de wetenschap is er consensus over de door Bregman geponeerde stelling.
Daar moet wel bij worden aangetekend dat bij dergelijk onderzoek de nodige slagen om de arm moeten worden gehouden. Allereerst wordt er gewerkt met schattingen van populaties. Daarnaast zijn er geen kerkhoven die het mogelijk maken om massaal onderzoek te doen. Verder golden die defecten vooral bij de eerste boeren. Toen de mens het boeren onder de knie kreeg, was het met die nadelen snel gedaan.

De NRC beoordeelde de stelling als waar. (1/8/2017)

Daarna kwam Rosanne Hertzberger, microbioloog, als zomergast op tv en leerde ons “In werkelijkheid heeft de oermens honderden diersoorten weggevaagd. De vroege mens heeft doorgejaagd tot de laatste op zijn bordje lag.” Opnieuw vroeg een NRC-lezer dit feit te checken.

NRC vroeg ook Hertzberger naar de herkomst van haar bewering. Ook zij verwees naar de wetenschap.
Paleontologen zijn het lange tijd oneens geweest over de oorzaken van het verdwijnen van soorten. Klimaatverandering en ijstijden zouden daar mede debet aan zijn geweest.
Maar inmiddels is “er wel” consensus, volgens een wetenschapper. Grote dieren op andere continenten, waar de mens plotseling werd geïntroduceerd, hadden weinig angst voor de aapachtigen die op hen kwamen jagen met hun speren en hun vuur. Maar, “We kunnen het klimaat niet helemaal als schuldige uitsluiten” zegt diezelfde wetenschapper.

Ook hier geldt: wetenschappelijk onderzoek staat niet stevig in de schoenen. Sterker, waar je bij de stelling over de gezondheid van de jager/verzamelaar nog kunt spreken van een hypothese, is de stelling over het verdwijnen van soorten pure speculatie. De just so story over de afwezigheid van angst bij grotere dieren als er een nieuwe soort langskomt kan zo uit de boeken van EP, de evolutiepsychologie, opgeborreld zijn. En als gezegd wordt, opnieuw onze wetenschapper, “Het zou best kunnen dat veel dieren door het veranderende klimaat al in moeilijkheden waren” dan is het voor mij veel makkelijker in te vullen hoe die consensus is ontstaan, dan de perceptie van reeds lang verdwenen diersoorten te peilen.

De NRC beoordeelde ook deze stelling als waar.(2/8/2017)

Wat hier gedaan wordt is dit: kijken of de wetenschappers Bregman en Hertzberger hun lesje hebben geleerd. Twee wetenschappers debiteren een hypothese c.q. een speculatie en de NRC gaat naar hun wetenschappelijke basis om vast te stellen dat die hypothese c.q. speculatie gedragen wordt door de wetenschap.
Dat is heel iets anders dan factchecken, NRC!

Wat zegt het SVDJ, het Stimuleringsfonds Voor De Journalistiek?
Factchecken ontwikkelt zich tot een volwaardige discipline binnen de journalistiek.
???

NB zie ook NRC checkt opnieuw fact