Showing posts with label philosophy. Show all posts
Showing posts with label philosophy. Show all posts

Tuesday, July 16, 2024

mijn geloof

Toen ik laatst bij gelegenheid sprak dat er niet alleen een eeuwigheid voor mij ligt, maar ook een eeuwigheid achter mij ligt – tijd - en daarbij ook de oneindigheid van de ruimte noemde – plaats – en dat ik daarin geen ruimte voor een scheppende God zag, zei iemand tegen mij: maar dat is toch ook maar een geloof, er is toch niet bewezen dat de ruimte oneindig is en eeuwig zal zijn.

Ik denk dat dat waar is. Nu zijn er Godsbewijzen, bedoeld om het geloof in het bestaan van één of meer goden rationeel aannemelijk te maken (wiki). Een logica die ik meestal niet kan volgen. Een bepaald slag filosofen is daardoor geobsedeerd, met onnavolgbare gedachten daarover.
Godsbewijzen heb ik altijd een oxymoron gevonden. Je gelooft in God, en volgens de Paulinische traditie is het geloof het bewijs van de dingen die men niet ziet. Dus iemand die gelooft heeft geen bewijs nodig, sterker, dat je de noodzaak van zo’n bewijs voelt getuigt niet van eerbied tegenover de Almachtige waarin je gelooft.

Als die eeuwigheid in tijd en die oneindige uitgestrektheid van het heelal een geloof is, en een bewijs behoeft, dan is dat toch een ander geloof dan het geloof in een nooit gezien (én onaanzienbaar!) wezen. De ruimte om je heen is zichtbaar, aan het einde waarvan je geen einde kunt denken, en die eeuwigheid aan tijd is manifest aanwezig: toen je nog niet geboren was, was je geboortegrond er al en je voorouders, en als je dood gaat zullen je kinderen en je kleinkinderen en je verdere nageslacht er nog steeds van genieten.
Onderstaand volgt een poging om de logica achter mijn vaste overtuiging – want dat is het wel - (meer) invoelbaar te maken.

NB Dit is een nadere uitwerking van / aanvulling op mijn blog ruimte en tijd

Toen de mensheid met Galilei het centrum van het heelal verplaatste zijn er een paar dingen fout gegaan. Allereerst, het centrum van het heelal kan niet verplaatst worden. Je kunt wel zeggen dat de aarde niet het centrum is, maar daar houdt het op. Waar dat centrum zich dan wel bevindt is niet aan te geven. Onze zon? Het hart van de Melkweg? De Lokale Groep waarvan de Melkweg weer een onderdeel is?

man wil de grens van zijn universum doorbreken


Ten tweede. We hebben onszelf niet uit het centrum weggesleept. We denken nog steeds dat wij belangrijk zijn voor het universum, een noodzakelijke voorwaarde. Zonder ons is er geen tijd en geen ruimte. Het is onbestaanbaar dat er iets is als wij er niet meer zijn om dat te observeren.

Dat is een beetje vreemde hoogmoed voor aardse schepselen. Wezens die met elkaar konden communiceren over hun omgeving – een indringer in de habitat, een groot gebeuren als de zondvloed – zijn er nog geen miljard jaar … en dat weten we, dat willen we weten, en van die paar miljard jaar daaraan voorafgaand willen wij – mensen die zichzelf qua observerende wezens uniek vinden, naar Gods evenbeeld geschapen - alles begrijpen.
En we menen ook te begrijpen dat er een einde aan ons zonnestelsel zal komen, en dat ver nadat alle leven op aarde ondenkbaar zal zijn geworden.
Verder hebben we ook weet van nieuwe sterrenstelsels, jonger dan de Melkweg, die nog wel even mee zullen gaan, lang nadat de Melkweg is geïmplodeerd of geërodeerd.

Dus, “stille” tijd zat, dat er universum is zonder observerende wezens.
Maar, er is meer.

Dat we ons niet uit het middelpunt hebben weggesleept kun je zien aan hoe we omgaan met exoplaneten. We zijn er naar op zoek, een planeet als de aarde, met wezens die ook naar Gods evenbeeld zijn geschapen – onze God, dat wel: we hebben een tekening van Leonardo da Vinci de ruimte ingestuurd met de Goldberg Variations van Bach. Maar we doen het als een ongelovige Thomas: ’t zou ons eigenlijk verbazen als we zoiets vinden.
Ik ben er van overtuigd dat in die oneindige uitgestrektheid van zonnestelsels en planeten er genoeg van dat soort planeten zijn. Alleen, de afstanden zijn te groot, voor beide kanten, om te overbruggen en contact te maken.
Ergo, er is altijd wel ergens een wezen dat kan observeren en kan communiceren en tijd en ruimte als oneindig zal ervaren – met als beperkende conditie dat die observator nooit alles zal kunnen verklaren, en dus de grenzen aan zijn begrip in zal vullen met abstracties: God én tijdloze nietsen.

Er zijn dus grofweg twee mogelijke situaties. De big bangers hebben gelijk – voor de big bang was er een tijdloos niets … uh, was dat er nou of was dat er nou niet? In hun kielzog hebben de entropisten gelijk: in a closed system, entropy always increases. What will happen when the universe reaches its maximum entropy? The opposite of the Big Bang: the Big Crunch! According to one theory, when the Universe reaches its maximum expansion, it will collapse in itself until it forms a single point (op internet gevonden).
Óf, andere optie, er zullen altijd clusters van sterrenstelsels zijn, en sterrenstelsels, en zonnestelsels, en planeten – met bergen en dalen, soms met oceanen en zeeën, her en der onderhevig aan evolutie - en zwerfkeien. En er implodeert regelmatig wat, en uit explosies (big bangs) worden weer nieuwe sterrenstelsels geboren – een eeuwig durende dans die in alle uithoeken van het universum gedanst wordt.

Die tweede mogelijkheid is mijn overtuiging. En mijn overtuiging is gefundeerd op wat ik hierboven over onze hoogmoed schreef: ons onderzoek is er naar ingericht, het is de status quo van onze opvattingen, onze theorie. Alleen, we geloven er niet in, we kunnen het niet geloven.
Ik denk dat ik daarmee de logica afdoende heb aangegeven.

Die eerste mogelijkheid dan. Er is een tijdloos niets, een explosie, een klontering van hemellichamen, een planeet op zodanige afstand van een zon dat er evolutie komt en dat die Moeder Aarde genoemd gaat worden. En, volgend op een bloeiende periode, een aftakeling van grootmoeder zon en grootvader sterrenstelsel, en de dood in de pot en, zoals een astronoom het beschreef …... early on, [dark matter] easily won its battle with dark energy in this regard. But if indications are correct, all of this is about to change. Relative to dark matter, the effect of dark energy is growing stronger with time. Dark matter is doomed to lose its cosmic arm wrestling match in a big way. When the Universe is a few times its current age, virtually all new galaxy formation will cease. […] It will be a last triumphant opportunity for our Universe to produce life, and maybe even a few critters to look up at the stars and wonder how they came to be.
En daarna het tijdloze niets.

Dus de keten: tijdloos niets – een ijsklomp (denk aan de wintertijd, aan de oever van een sloot waar water bevroren is, onderwijl sneeuw op gevallen, vogelpoep, stro, aarde … zo’n brok half sneeuw half ijs, alles in zich om de lente weer manifest te maken) – een explosie – prachtige sterrenhemels – een evolutie die de mens voortbrengt, die dat in verwondering aanschouwt – dan implodeert de boel – terug naar die ijsklomp (a single point) – en het tijdloze niets.
Waarom zou dat een eenmalig gebeuren zijn. Welke logica kan verklaren dat er één keer een eerste beweger was - misschien is driver een beter woord, een kwantumsprong, Schrödinger’s cat - dat de boel in gang gezet werd, dat de boel instortte, terug naar die ijsklomp en dan, voor eeuwig, het tijdloze niets.

Het tijdloze niets? Okay. Voor eeuwig dus. Ineens is er geen beweger meer, en daarmee ook geen beweging. En dat gaat eindeloos zo door.
Eigenlijk kom je op die manier vanzelf op God. God werd geboren, zag dat single point, gaf het een duwtje, alles raakte in beweging en in een stroomversnelling, toen werd “het” de entropy teveel, de boel implodeerde, een single point …
En toen, waar bleef God dan, die eerste beweger? Wel, die zag dat het zo goed was en hief zich zelf op, er was geen mens meer om hem te loven en te prijzen … en zo bleef dat single point daar, van eeuwigheid tot in alle eeuwigheden, en terwijl het de potentie had van een universum kwam er niemand meer langs om daarvoor het benodigde duwtje te geven.
The reign of the one-time Creator.

Wel, voor mij een onzinnige logica die ik niet kan slikken, die ik niet wil slikken. Dus, volgens mij gaat het zo. Als dark matter de strijd verloren heeft van dark ernergy en we dat single point bereikt hebben, is er iets, in die ijsklomp, of in de ruimte daarom heen, dat die ijsklomp, met in zich de potentie van een universum, weer uit elkaar doet spatten en, stralender dan een zon, doet manifesteren als het ons zo vertrouwde universum. Toch maar Schrödinger's cat dan.
En dat tijdloze niets? Wel, naar het woord van de bijbel, toegeschreven aan de zich verwonderende mens Petrus, zal voor de eerste beweger één dag als duizend jaar zijn en duizend jaar als één dag.

Beide opties hebben zo hun raadsel. Wie of wat was die eerste driver. Én, als er altijd zonnen en planeten waren, soms met witte bergen diepe zeeën en groene dalen én evolutie, wie heeft die dingen dan voor ons neergelegd. En, veel indringender nog, wanneer, en waar in Gods naam, is de eerste vis aan land gekropen?
Ik verkies te leven met die raadsels, boven het raadsel van een onaanzienbare God. Ik zie daar meer, én betere logica in.




Tuesday, December 7, 2021

the naturalistic fallacy

Eén dezer dagen werden mijn gedachten bepaald bij dit onderwerp - opnieuw door de blogger Gert Korthof. Hij sprak van een collega bioloog, een prominente bioloog, Frans de Waal, van wie bekend was geworden dat die wel eens vlees at, “omdat dieren ook vlees eten”. Maar mijn gedachten bleven niet zozeer bij die fallacy hangen, dan wel dat ik weer terecht kwam in Conversations on Ethics waar ik lang geleden mee bezig was geweest, en waar ik een aantal pagina’s op mijn site mee heb gevuld: een boekje met een aantal interviews/discussies, van een filosoof die het boekje verzorgde met een aantal vooraanstaande filosofen, en waar “interessante vragen” bij werden bedacht, casu quo opgeroepen.
Die pagina’s zijn op mijn site te vinden onder Conversations
Enkele van die filosofen hadden gedachten gewijd, én opgeschreven, aan the naturalistic fallacy, maar dat was in die interviews niet ter sprake gekomen. Misschien toch niet zo belangrijk? In mijn handboek filosofie heeft het als lemma niet meer dan twee alinea’s gekregen.

Wat is dat, die naturalistic fallacy? Ooit gemunt door George Edward Moore - wiens denken paste in de tijd waarin hij het bedacht - komt het voort uit de “is” “ought” dichotomie, waarover Hume het nodige te zeggen had. Moore, aan het nadenken daarover, begon met: je kunt “good” niet definiëren of verklaren ... en koppelde er vervolgens aan vast dat iets niet goed mag heten omdat het nu eenmaal natuurlijk is.
Daarmee is ten eerste niet gezegd dat iets wat natuurlijk is slecht is, of dat iets wat natuurlijk is anders zou moeten zijn: van “is” naar “ought”. (Moore heeft “ought” er niet bij gehaald.)
En er kan al helemaal geen moreel oordeel aan opgehangen worden.
Bovendien was “naturalistic” niet helemaal dekkend, in de zin dat Moore niet alleen doelde op natuurlijke zaken maar ook op bovennatuurlijke zaken.

Om te beginnen: het mag curieus heten dat iets niet goed mag zijn omdat het natuurlijk is. Wij mensen hebben zelf de bijbel geschreven, die van alle scheppingsdagen zegt: en God zag dat wat hij gemaakt had goed was. En dan, zo’n drieduizend jaar later, verlicht als we zijn - en beïnvloed door Darwin, die volgens mij geen waardeoordeel had over wat hij waarnam - schrijven we op dat datgene wat natuur(lijk) is niet noodzakelijk goed is.
Voortschrijdend inzicht? Of toch meer iets modieus, een beetje roeren in een emmertje snot.

Er valt wel wat op af te dingen, dat datgene wat natuurlijk is niet goed zou zijn. In bedoeld blog kwam het aan de orde in verband met vlees eten. Vlees eten mag niet acceptabel genoemd worden, puur omdat het iets natuurlijks is ... of lijkt. Terwijl de voedselketen toch een geharnast begrip is. Het heeft in het Engels een behoorlijk artikel in Wiki, maar dat voor het Duitse taalgebied is echt een serieuze, uitgebreide verhandeling.
De Engelse begint zo: … starting from producer organisms (such as grass or trees which use radiation from the Sun to make their food) and ending at an apex predator species (like grizzly bears or killer whales), detritivores (like earthworms or woodlice), or decomposer species (such as fungi or bacteria).
En de Duitse zegt het zo: Am Beginn von Nahrungsketten stehen Vertreter der Produzenten (vor allem Pflanzen), dann folgen Konsumenten (Pflanzenfresser und Fleischfresser). Am Ende einer solchen Kette steht oft ein Spitzenprädator.
En sinds geruime tijd houden de ecologische apostelen zich daar indringend mee bezig - ik doel op de duiding die ze daar, middels het ecomodernistisch manifest, aan proberen te geven in het kader van het redden van de planeet. Maar, hoe verhullend - of wijsgerig, mag ook - je het nou opschrijft: het blijft eten en gegeten worden.

God heeft het Universum geschapen, waaronder de wereld, en hij zag dat het goed was. Terwijl we dat opschrijven verzinnen we de zondeval - nou ja, het zal bij de kampvuren wat tijd gekost hebben voordat die body van wat ook wel de Joodse worteltjes wordt genoemd was opgebouwd, en die Europa zich eigen heeft gemaakt door het de Joods Christelijke worteltjes te noemen - en wordt de aarde een tranendal, waarin begrepen dat je door de bliksem getroffen wordt als je je overgeeft aan de luie zonde, zoals Camilo José Cela dat noemde. En dan zijn we daar een beetje uitgekomen, door de Verlichting, en Darwin die zich ermee bemoeid heeft, met leeglopende kerken als begeleidend verschijnsel ... en dan komen de klimatologen én de ecologen én de voedingsresearchers ... het Food Innovation Centre, ingericht door Unilever, op de campus van Wageningen University & Research, onderdeel van de Gelderse vallei, door de autoriteiten omgedoopt tot Silicon Valley of Foods ... die academische jongens en meisjes dus, die komen ons vertellen dat we het allemaal fout doen.

En, voor zover het nog geen nieuwe zondeval is - jawel, de club van Extinction Rebellion spreekt in die termen - “is” en “ought” liggen op de loer ... wat zeg ik, zijn reeds binnengeslopen. Dat is al lang een moralistische discussie geworden, waarbij vergeleken het boek Schuld en Boete een zakbijbeltje mag worden genoemd. En waarbij hen die zich niet gedragen naar de normen van de planeetredders helse straffen in het vooruitzicht worden gesteld.

Als ik het goed begrepen heb had Hume een broertje dood aan de moraal in het algemeen, en bedoelde hij met die is/ought-discussie geen moreel stelsel te definiëren. En ik moet denken aan een model uit één van die Conversations, dat ik nu, iets anders gekleurd, tot moreel probleem zal verheffen. En ik zal het probleem uittillen boven de discussie of je wel of niet vlees mag eten.

Enkele prominente alarmisten en sceptici zijn samengekomen in één van de laboratoria van Wageningen, de bodembewegings-versie van het Waterloopkundig Laboratorium in Delft. (Daar willen ze ook nog gaan praten, maar dat gaat niet lukken, dat verklap ik alvast). Dat praten moet nog een beetje wennen, bullebak Mann is er bij, dus de groepjes blijven nog wat op afstand. Er liggen rails waarover kiepkarretjes voortbewogen worden om die bodembewegingen een beetje betekenis te geven. Wat gebeurt er: één van die kiepkarretjes is dol geworden en raast over de rails, richting het groepje sceptici, vijf in getal. Op een ander spoor staan twee alarmisten, waaronder Mann, te praten. Beide groepjes zijn zich niet bewust van het aanstormende gevaar. Maar, de trolley moet nog een wisselpunt passeren, waardoor het ongeleide projectiel niet richting de groep van vijf sceptici hoeft te gaan, maar richting de twee, zeer prominente alarmisten gestuurd kan worden - scheelt drie doden.
Bij die wissel staat een student, alarmist zoals alle studenten. Wat moet ie doen (hij heeft nog een paar seconden). Het karretje richting die vijf laten gaan, of de wissel omzetten en daarbij het aantal doden beperken tot twee alarmisten. Een postdoc researcher, zelf alarmist tot in z’n vingertoppen.

Ik herhaal, dit heb ik niet zelf verzonnen. Het is een filosofisch model, ontwikkeld door één van Voorhoeve’s filosofische gesprekspartners, door mij ingekleurd.

En je kunt het probleem uitbreiden, zoals aan het einde van Bridge on the River Kwai, zodat er bij die wissel twee studenten staan, waarvan eentje zich heeft weten te ontworstelen aan het alarmistische regiem. De ene wil de wissel verschuiven, de andere wil het laten zoals het is.
Wat moeten ze doen. Wie gaat dat winnen? Wie vertegenwoordigt het goede, en wie het kwade?
Happy end, of happy end - Nicholson of Joyce?*)

Daar komt niemand uit. De topfilosofen niet. De sceptici niet. En zelfs de alarmisten niet.

De vraag naar bovennatuurlijke zaken dan.
Is God goed - omdat hij er nu eenmaal altijd was en omdat hij het Al is, of kunnen we hem beter dood verklaren? Niet te beantwoorden.

De vraag naar materiele zaken dan.
Of de orde der dingen - door de Algoede God ingesteld? - de verdeling van het aardse slijk - ook wel: de navenante klassenindeling van de maatschappij - niet eerlijk is, en we er goed aan doen om dat middels een revolutie te veranderen? Ook dat blijft een niet te beantwoorden vraag.

En die vraag naar echte moralistische zaken?
Of vlees eten wel of niet mag - en het schepsel dat gegeten wordt zal het uitschreeuwen: that’s the question - heeft niets te maken met of een dier het ook doet, wij zijn per slot zelf dieren. Diezelfde Algoede God heeft, in het paradijs nog, de mens gezegd: doornen en distelen zal de aarde U voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten. Was dat de wens van God, geen dieren eten? Maar, nog niet uit het Paradijs gejaagd of daar worden schapen geslacht en worden hem lammetjes als dankoffer gebracht.

Het probleem van die naturalistic fallacy wordt niet opgelost. Evenals bij een economisch probleem: vraag twintig economen naar hoe de economie uit het slop te halen, en je krijgt eenentwintig meningen. Eén van die geïnterviewde filosofen, Bernard Williams, was ook een beetje sceptisch over al dat vragen naar goed en kwaad.
Allereerst: hij vindt filosofie hopeloos in de weg staan van een houvast - the pretensions of certain kinds of value always arouse(d) my suspicion. En dan geeft hij een mooi voorbeeld: een man die zijn vrouw gered heeft uit een brandend huis terwijl hij een ander had kunnen redden - een kind bijvoorbeeld, een buurmeisje - hoeft niet moeilijk te doen over het waarom, maar kan volstaan met: because she was my wife.

En zo is het maar net.

*) Nicholson en Joyce vechten aan het eind van de film om wel of niet de springstof te doen ontploffen

Thursday, June 14, 2018

het klimaat: iets als het menselijk lichaam?

Ik heb zelf de vraag al in een eerdere post I've read the science gesteld: is het klimaat een cybernetisch systeem?

De vraag is ook aan de orde geweest in een post van Frans Galjee op climategate.nl Waarom de klimaatdiscussie problematisch blijft Galjee gebruikte het woord autoregulatie, en refereerde daarmee aan een tekst van Arthur Rörsch, die reageerde op vragen van blogger Marleen en mijzelf. Rörsch schreef: Autoregulatie is in de proceskunde het verschijnsel dat er een evenwicht kan ontstaan zonder dat er iets gestuurd wordt, en noemde daarbij de wet van Stefan-Boltzmann. Inmiddels heeft Rörsch, in een persoonlijke email-wisseling, de term teruggenomen en voorgesteld van autonome regeling te spreken.

Ook Galjee - die het woord regelkring gebruikte - heb ik gevraagd hoe dat proces nu te zien.
Onafhankelijk van elkaar kwamen hij en ik op de analogie met het menselijk lichaam (zie enige reacties onder Galjee’s post).

Let wel, ik heb het hier over gecompliceerde processen, niet over een simpele wetmatigheid, zoals de zwaartekracht.

Bij mij begon het aldus. Ik zei tegen mijn partner: het is toch zo dat we in ons lichaam zelfregulatie zien en herkennen - laat ik het woord blijven hanteren waarmee Rörsch opende, omdat ik het hier goed gebruikt vind.
We snijden ons in de vinger ... en het stromende bloed zorgt tevens voor dichting van het gat.
In ons lichaam hebben we iets heel vervelends zitten, en koorts geeft een signaal, of lost het zelfs op.
Maar, ons lichaam lost niet alles zelf op. Aan een onbehandelde blindedarmontsteking gaan we, normaal gesproken, nog steeds dood. Kanker kan ons lichaam niet zelf oplossen, en in nog (te) veel gevallen schieten zelfs medicijnen en een medische behandeling te kort.
Én ... we gaan hoe dan ook dood.
Desalniettemin, er zijn veel processen in het lichaam aan te wijzen, waar het lichaam zelf ongenoegens oplost en opruimt.

De eerste vraag is natuurlijk een filosofische: hoe weten wij dat daar sprake is van zelfregulatie? Een welgevulde hersenpan doet hier drie dingen: a) zegt cogito ergo sum, b) observeert dat iets goed geregeld is, c) koppelt dat aan het zelf. Het is in dit geval het ik dat van zichzelf zegt dat het zo is. Daarmee is niets bewezen. Dus, als wij de analogie over willen dragen naar andere organische “machines” en processen moeten we vaststellen dat we het over een inbeelding hebben. Ik bedoel inbeelding hier niet negatief - denk aan Idee. Dat maakt het niet onbruikbaar, maar we moeten ons dat wel realiseren. We gebruiken (voorlopig nog) een metafoor. Zoals vroeger de mens / menselijke geest als horloge werd gezien. Dat is riskant, want niets is zo aan slijtage onderhevig als een metafoor - inmiddels stellen we onszelf veel gecompliceerder voor: een computer.

We denken dat er evenwicht is; om dat evenwicht te bewaren vullen we zelfregulatie in. En proberen dat dan te vertalen naar andere fenomenen. Bijvoorbeeld: het klimaat.
En of we nu woorden gebruiken als cybernetisch systeem, autonome regulering, regelkring, feedback ... of zelfregulatie - wat ik voor dit verhaal tot hiertoe een goede term vind - we zullen, zoals ik eerder heb gezegd ... aan moeten kunnen geven hoe die schakeling functioneert en “wie” die functie heeft aangebracht. Verder veronderstelt een systematiek voor reguleren, naar mijn smaak, dat “iemand” de norm bij kan stellen. [NB: deze “iemand” is onpersoonlijk]
De biologie kent hiervoor overigens een woord: homeostase. Of dat alles zou omvatten wat hier bedoeld wordt, is een vraag die nog beantwoord moet worden.

Als ik goed naar Galjee luister zie ik bij hem dezelfde vraag: hoe ziet zo’n regelkring eruit?
Als ik Rörsch goed interpreteer is hij zekerder van zijn zaak, maar, desgevraagd, is hij nog niet met een voorbeeld gekomen waarmee ik tevreden was.

Voor mij zijn er twee moeilijk te beantwoorden vragen:

a) wie heeft die functie van zelfregulatie aangebracht, waar komt die vandaan
b) is het waar, dat als er een norm is, dat het kenmerk daarvan moet zijn dat die aanpasbaar is - dat dus die “iemand” kan ingrijpen

Om met vraag b) te beginnen: die kan ik (nog) niet beantwoorden. Logisch gesproken: normen vervagen en wijzigen. Dus voor het menselijk lichaam, of voor het klimaat, zou kunnen gelden dat een norm aangepast kan worden door omstandigheden.

Vraag a) - waar komt die functie vandaan - zou je af kunnen doen met: dat is het proces van evolutie. Daarmee is alleen maar een woord gegeven aan iets wat een heel ingewikkeld proces moet zijn geweest, en dat een ingewikkeld proces heeft opgeleverd. Maar, laten we aannemen dat dat voor de als zodanig herkenbare processen in het menselijk lichaam geldt - kunnen we daarmee dan de vraag naar zoiets als het klimaat, of een willekeurig ander aardsysteem, verplaatsen en hanteren.
Dat zou dan ook via evolutie ontstaan moeten zijn.

We denken dat er evenwicht is; om dat evenwicht te bewaren vullen we zelfregulatie in.
De vraag die dan toch eerst beantwoord moet worden is: is er evenwicht, of verzinnen wij dat maar?

De aarde nu was woest en ledig in den beginne, en dat is ie heel lang geweest. Geen evenwicht te bekennen. Zelfs onze eerste voorouders, nu zo’n 300.000 jaar geleden, zullen niet zoiets als een evenwicht hebben herkend - zie de mythologieën van alle volkeren waarin catastrofes een belangrijke rol spelen. Zelfs de Grieken, met hun vrolijke, welhaast speelse benadering van de “bovenwereld” zien toch allerlei kleine en grote noodlottige gebeurens.
Is het feit dat we van interglaciaal naar interglaciaal leven - of, zo je wilt, van big bang naar big bang - een aanduiding van het herstellen van evenwicht? Het probleem is: die vraag is met een beetje acceptabele speculatie wel te beantwoorden. Ja, we gaan van pn naar pn+1, en tussendoor tellen we onze kwellingen en onze zegeningen. Het gebeuren p staat dan voor een catastrofale kwelling.

Peter Ward, een paleontoloog, heeft daarover wel een theorie: de aarde kan een evenwicht opzoeken - maar dat zal dan een chemisch evenwicht zijn, waarin alle leven verdwenen is. Deze theorie heeft hij ontwikkeld als tegenhanger van de Gaia-hypothese, van James Lovelock, die zegt that living organisms interact with their inorganic surroundings on Earth to form a synergistic and self-regulating, complex system that helps to maintain and perpetuate the conditions for life on the planet. Met dank aan Marleen, die daarover geblogged heeft
Lovelock schetst ons een schitterend toekomstig evenwicht.
De voorspelling van Ward heeft een hoger realiteitsgehalte: de zon zal ooit ophouden, en ver daarvoor zal er alleen nog chemie zijn.

Daarmee zijn we nog niet aan het begin van inzicht, laat staan aan een antwoord toe. De wetenschap is zoekende.

Er is één ding waarvan ik stellig overtuigd ben: dat zelfregulatie verbonden is met metertjes, normen en knoppen. En dat zelfregulatie ook betekent dat de normen op één of andere manier bijgesteld kunnen worden. Hoe die metertjes en knoppen er verder uitzien, weet ik ook niet. Is koorts een metertje of een knop? Bij de normen kun je denken aan natuurconstanten.
En ik blijf voorlopig nog denken dat het bewijs leveren van de aanwezigheid van dergelijke processen een heidens karwei is, iets heel anders dan het bewijzen van de relativiteitstheorie, om maar een dwarsstraat te noemen.

Maar het feit dat wij een analogie zien tussen het menselijk lichaam en het klimaat - ja, dat schept verwachtingen.

Is “autoregulatie” nu een goed woord?
Ik denk dat het in de zin, waarin ik het hier aan de orde heb gesteld, een hanteerbare aanduiding is.
Ik geloof niet dat het woord gebruikt kan worden om bijvoorbeeld het proces, dat beschreven wordt in de hierboven genoemde wet van Stefan-Boltzmann, aan te duiden. Er moet sprake zijn van een gecompliceerd samenstel van processen, dat niet in een eenvoudige wet te vangen is.

Kan het klimaat autoregulerend genoemd worden?
Lovelock geeft daar een positief antwoord op - in bredere zin. Ward stelt daar een zeer negatieve hypothese tegenover.
De klimatologen zien een natuurkundig verschijnsel en spreken van positieve en negatieve feedback. Ik betwijfel of het toekennen van een bewuste functie aan deze fenomenen in het klimaat het karakter van speculatie te boven zal komen.
Mijn scepsis is groot.

NB
Dit is de zevende van een aantal impressies van wat zich in de climate wars afspeelt.
Volgende impressie verschenen alleen op climategate, zie: overige impressies climategate

Voor de achtste impressie hier op dit blog, zie: kleine mannetjes ... er blijft niks groots aan kleven

Friday, March 9, 2018

inzicht op een rijtje

Deze tekst ligt min of meer in het verlengde van Arons’ marks - aan deze of gene zijde, ik zou zeggen er voor. Ik heb het over het begrip wetenschap zelf. Een begrip dat hier, op deze site, zo veelvuldig valt, om dan tegengestelde inzichten te legitimeren. Tegengestelde inzichten op het gebied van klimatologie.
Dank daarom aan Arthur Rörsch van climategate.nl, die met zijn hinten op die marks ook deze gedachten heeft opgeroepen

Wetenschap is eigenlijk een schap, dat naast kunde, vooral gevuld is met onkunde, met niet weten. Als je tenminste van één schap spreekt. Ik verplaats mij nu naar de wetenschapswinkel, waar ik drie verschillende schappen zie:
- een schap met KENNIS
- een schap met HYPOTHESE, testbare en reeds geteste
- een schap met SPECULATIE

Ik bedoel speculatie in positieve zin. Op basis van kennis en geteste hypotheses kun je best speculeren over wat er achter het doek plaats vindt, en niet zelden zullen speculaties tot hypothese worden, en daarna tot kennis.

Die winkel waar ik mij bevind staat uiteraard vol met schappen, van allerlei deelwetenschappen, en elke wetenschap heeft schappen van alle drie genoemde soorten.

Beginnen we bij de wiskunde.
Ik zie dat de schappen KENNIS boordevol zijn, de schappen HYPOTHESE en SPECULATIE lijken leeg.
Dat klopt ook wel, wiskunde is eigenlijk een spel met zo weinig mogelijk spelregels, en daarmee moet je allerlei puzzeltjes oplossen. Al heb je er in de praktijk veel aan, het heeft geen relatie tot de werkelijkheid. Een punt heeft geen omvang, terwijl een lijn, die je toch echt van A naar B ziet gaan, uit punten bestaat. En als A en B niet aan de einden zijn gezet heet de AB een lijnstuk en is de lijn oneindig, terwijl je die toch op een A-viertje getekend hebt.
1 + 2 = 3 geldt alleen als we ons aan de afspraken houden. Ik kan gemakkelijk, in 9 algebraïsche equations, bewijzen: 1 = 2.
Heel abstract allemaal.
Er zijn wel problemen en stellingen die gedefinieerd worden die onoplosbaar zijn, maar dat heeft niks met hypothese of speculatie te maken.
Ik heb een keer met de computer de priemgetallen berekend van 1 tot 1.000.000, en ze daarna afgedrukt op rijen van 100 breed, niet als nummer maar als “*”, om te kijken of er een patroon zichtbaar werd. Mooi behangetje meneer, zegt de wiskundige dan, maar nu nog even het bewijs.
Er is sprake van n-dimensionale stelsels, die volgens mij geen reëel probleem gaan oplossen - maar binnen het abstracte kader is dat prima te hanteren.

Gaan we naar fysica, ik doel nu op natuur- en scheikunde in de breedste zin.
Het schap met KENNIS is boordevol, behoorlijk wat bergruimte. Begrijpelijk, want je hebt iets tastbaars in je handen. Zelfs de kleinste deeltjes kunnen zichtbaar gemaakt worden.
Er zijn ook behoorlijk wat schappen HYPOTHESE - testbaar en werkbaar. Ook begrijpelijk, je ziet wat voor je ogen gebeuren, en je vraagt je wat af in het licht van bestaande kennis.
Er is ook een schap SPECULATIE, behoorlijk gevuld. Iets over multiversum, snarentheorie, oersoep en het ontstaan van leven - overgangsgebied naar een andere wetenschap. En zelfs worden er plekken in het heelal gedacht waar sprake is van meer dimensies dan wij kennen.

Er is ook een afdeling theologie. Daar heeft ooit iemand geprobeerd de fik in te steken, zegt de man in de winkel, maar dat is niet gelukt.
Er zijn behoorlijk wat schappen met KENNIS. Kan dat?
Wel, als je theologie beschouwt als inzicht in hoe het godsbeeld is ontstaan, en hoe die tot zo’n gemankeerde verhouding tot de mens is geraakt - dan kan dat uiteraard.
Maar het schap is ook gevuld met pretenties van kennis over God zelf, en zijn verhouding tot de mensen. Daar werd die pyromaan een beetje opgewonden van.
Ik persoonlijk zou er de voorkeur aan geven de historische behandeling op het schap KENNIS te laten liggen. En al het andere rücksichtslos naar het schap SPECULATIE. Maar ja, ik heb het niet voor het zeggen

Er is wel iets raars aan de hand bij theologie. In het vervolg komen een paar hoofdstukken uit de wetenschappelijke canon langs die verwarring en controverse hebben veroorzaakt. Zo niet bij theologie.
Bij filosofie is een man gepromoveerd, Jan Auke Riemersma, op het bestaan van God - ik meen: vooral als godsbeeld. In de commissie zat ook een atheïst.
Binnen theologie is iemand gepromoveerd, Emanuel Rutten, op het hoofdstuk godsbewijs: voor alle duidelijkheid, hij meent te kunnen bewijzen dat God bestaat.
Beide geschriften hebben geen stof doen opwaaien.

Dan is er een afdeling voor het zoogdier mens: medicijnen / biologie / evolutie.
Het schap KENNIS is goed gevuld. Wat medicijnen en biologie betreft: terecht, zou ik zeggen, maar hier en daar toch ook te goed gevuld.
Ik doel nu op het inzicht in de invloed van het nuttigen van alcohol op het organisme. Een kennis die huisarts is, zei dat hij klantjes moest voorhouden: twee glazen wijn per dag, maximaal. Ik doe het braaf hoor, Leonardo, zei die, maar waar ze het vandaan halen, ik zou’t niet weten. En zo schreven vorig jaar drie chirurgen van academische ziekenhuizen in NRC Wetenschap: geen druppel per dag, iedere druppel is er één te veel. Nu stijgt de gemiddelde leeftijd, en zo ook de gemiddelde gezondheidstoestand van de mens, en dat is toch echt niet alleen voorbehouden aan niet-drinkers.
Ik denk dat dit inzicht op de plank HYPOTHESE hoort, en ik vraag me af of het de toets der kritiek zal doorstaan. Ik heb ernstige vraagtekens bij de manier waarop de observatie tot stand is gekomen.

Mag het schap KENNIS bij evolutie gevuld zijn?
Ik weet het niet. We hebben Darwin, en zijn heiligverklaring. Geen misverstand, voor mij is evolutie absoluut geen vraag, maar het is en blijft een theorie. Er zijn een heleboel tekenen die er op wijzen - ik zou zeggen data die beter aan wetenschappelijke criteria voldoet dan de proxies van klimatologie. Maar, mag je het dan kennis noemen?
Ik zou zeggen verschuif eens een heleboel naar hypothese.
Misschien dat er daarom in de handboeken hoofdstukken zijn opgenomen: evidence for evolution.
Misschien dat er daarom wel een site is die heet: why evolution is true. Van een scholar die zichzelf wel serieus neemt, maar vindt dat ie door het (Amerikaanse) publiek niet serieus genomen wordt.

Hier is een controverse van heb ik jou daar ontstaan. Een filosoof, opnieuw een filosoof, Joris van Rossum, promoveerde op een proefschrift waarin hij de evolutionaire theorie over de geslachtelijke voortplanting ter discussie stelde. De wereld was te klein. De evolutionist community op haar achterste benen. En een gemor uit duizend kelen: wil een filosoof ons vertellen hoe de evolutie in elkaar steekt?
Het zal iets over theologie zeggen dat daar geen opwinding was over genoemde proefschriften, maar het zal ook iets zeggen over het zelfbewustzijn/zelfvertrouwen van de evolutionisten.

Ik zou zeggen, wat evolutie betreft mag er ook wel het één en ander van de schappen HYPOTHESE naar de schappen SPECULATIE worden verplaatst.

En zo ben ik aanbeland bij mijn uitgangspunt: het pad loopt van wiskunde via fysica via theologie via biologie en evolutie naar klimatologie. En niet voor niks, de bedoeling is dat er alvast wat eyeopeners langs zijn gekomen voor wat ik nu ga zeggen.

De schappen van KENNIS zijn bij klimatologie behoorlijk gevuld. De eigenaar van de winkel ziet mijn gezicht op vraagteken staan, en geeft toe: ik weet ook niet of het op de juiste plek terecht is gekomen. Er is veel discussie. Iedere keer als er weer iets binnenkomt, vraag ik: waar? En nog heeft iemand niet zijn mond opengedaan KENNIS! of een ander roept, helemaal niet, HYPOTHESE!
Dat beeld herken ik. Dat zien we op deze site veelvuldig.

Laat ik als lichtend voorbeeld nemen de hockeystick van Mann.
Mann en nog een paar onderzoekers publiceerden iets over opwarming, wat bekend is geworden als de hockeystick: het klimaat is flink op drift geraakt. Let wel: dat is niet de wetenschap die dit zegt, dat is Mann et al die dit zegt.
Dat werd bekritiseerd door de Canadezen McIntyre en Ross McKitrick. Opnieuw: dat was niet de wetenschap die sprak, dat waren twee geleerden die hierover hun licht lieten schijnen.
Dat leidde tot een controverse, een knoop die het Amerikaanse Congres doorgehakt wilde zien. Dat benoemde een illuster trio geleerden, die terugkwamen met lang niet zulke malse kritiek op het werk van Mann, alsmede op de peer reviews. Let wel, dit is weer niet wat de wetenschap zegt, dit is wat een illuster trio geleerden zegt.
De controverse was hiermee niet opgelost, maar dat boeit me nu niet. Waar het mij hier omgaat is dit: er is een dispuut binnen de deelwetenschap klimatologie, en daar is geen eensluidende uitspraak over gekomen. Dé wetenschap zegt dus niks! Het helpt dan niet veel, wat zeg ik, het draagt helemaal niets bij, om linkjes heen en weer te gaan sturen: dit is de wetenschap.

De wetenschap is: er is geen eenduidig inzicht, er is geen eensluidende uitspraak, dit weten mag maximaal in het schap HYPOTHESE terecht komen. De winkelier was het met me eens, en gezamenlijk hebben we een groot deel van wat bij klimatologie op de schappen KENNIS lag naar HYPOTHESE verplaatst.
Tevreden vroeg de handelaar in inzicht of ik een kopje thee lustte. We gingen naar het achterhuis. De thee was nog niet gezet, of er kwam een oorverdovend lawaai vanuit de winkel. We renden er heen, maar konden de tussendeur niet openkrijgen, die was geblokkeerd. Het heeft even geduurd voordat we die deur weer open hadden. Ondertussen was het lawaai verstomd.
De winkel lag er netjes bij, geen rotzooi.
Alleen, de schappen SPECULATIE en HYPOTHESE van klimatologie waren helemaal leeggeroofd. Op het eerste gezicht dan. Toen we beter keken bleek dat alle inzicht bij klimatologie verplaatst was naar de schappen KENNIS.

NB
Dit is de zesde van een aantal impressies van wat zich in de climate wars afspeelt.
Voor de volgende impressie zie: het klimaat: iets als het menselijk lichaam?

Wednesday, December 27, 2017

revelation or illusion ... and Hitchen’s razor

Ik ben niet zo’n fan van Hitchens’ razor.
"What can be asserted without evidence can be dismissed without evidence"
Het zet de gelovige in een verkeerde hoek. Als iemand wil geloven moet ie dat zelf weten - en ik zal hem serieus nemen.
Eerst wanneer die iemand wil dat ik zijn geloof overneem, zal ik hem vragen de werkelijkheidswaarde van dat geloof aan te geven. En mocht deze gelovige zeggen: “Denying the existence of God is as much a leap of faith as asserting it.” - zoals Peter Wehner in het Kerstnummer van de New York Times - dan zal ik zeggen: nee jongen, da’s de zaak omkeren. Als ik iets, wat jij me op de mouw wilt spelden, niet geloof of niet vertrouw, maakt dat van mij noch een gelovige noch een ongelovige.
En ik zal besluiten: het lijkt me beter dat je van nu af aan je verhaaltjes voor je houdt.

Maar gisteren kon ik de neiging om Hitchens’ razor tevoorschijn te halen maar ternauwernood onderdrukken.

In dat wat voorafging aan deze post revelation or illusion kwam een uitspraak van Francis Collins aan de orde ... samengevat: je hebt een revelation, daarop laat je reason los, en dan leidt een leap of faith tot inzicht ... een uitspraak die door Cees Dekker was doorgetweet. Naar aanleiding van die tweet ontstond een discussie die ik met interesse wilde volgen. Iemand vroeg: hoe weet je of je met een revelation of met een illusion te maken hebt?
Dekker gaf antwoord op die vraag: “Of iets openbaring is [of] een illusie blijkt uit het feit dat het blijkt te passen bij de werkelijkheid. Toegegeven, daar zit een element van subjectiviteit in.”
Wel, meer een begin van een antwoord dan een echt antwoord, maar het geeft iets aan.

Maar Dekker voegde er nog iets aan toe. “Hoofdpunt waarom atheïsme (wat ik serieus overwoog) me niet overtuigt: Het benoemt veel kernzaken als illusie (zin van het leven, waardigheid van de mens, schoonheid, goedheid…).”
Waarop ik in de discussie sprong (ingreep):” Nee hoor Cees, zin van het leven, waardigheid van de mens, schoonheid, goedheid ... zijn voor de atheist geen illusie. Hiermee is je reasoning overgegaan in exclusief claimen voor gelovigen van dingen die er toe doen.”
Waarop Dekker mij antwoordde: “Ik begrijp dat ook de goedwillende atheist er wat van probeert te maken, maar het spijt me voor hen: in de louter toevallige beweging van atomen - de enige basis van het al, aldus de atheïst - valt erg weinig zin te ontdekken.”

Een opmerking van een atheist - over de basis van het al - leidt tot Dekker’s conclusie: zin van het leven, waardigheid van de mens, schoonheid, goedheid ... zijn voor de atheist illusie.
Die atheist blijkt Steven Weinberg te zijn. Ik weet niet veel van Steven Weinberg. Zijn biografie doet niet vermoeden dat hij zaken die er toe doen als een illusie ziet.
Maar ik weet één ding zeker: Dekker heeft geen zorgvuldig onderzoek gedaan naar de beweegredenen van Weinberg.
Dit zegt Weinberg over geloof / religie: “Frederick Douglass told in his Narrative how his condition as a slave became worse when his master underwent a religious conversion that allowed him to justify slavery as the punishment of the children of Ham. Mark Twain described his mother as a genuinely good person, whose soft heart pitied even Satan, but who had no doubt about the legitimacy of slavery, because in years of living in antebellum Missouri she had never heard any sermon opposing slavery, but only countless sermons preaching that slavery was God's will. With or without religion, good people can behave well and bad people can do evil; but for good people to do evil — that takes religion.”
Die laatste deelzin is niet leuk voor Cees Dekker. Ik weet ook niet of het een goede afsluiting van de voorafgaande observatie is. Maar één ding is zeker: hier spreekt een man die gevoel in zijn donder heeft, hier spreekt een man die de waardigheid van de mens na aan het hart ligt.

Nu is Dekker een groot wetenschapper, erkend en gewaardeerd door wetenschappers in binnen- en buitenland. Hij heeft weet van hypothese en benodigd onderzoek om van zo’n hypothese wetenschap te maken. Hij kan observeren, meten, één plus één bij elkaar optellen en concluderen. Dus, aan zijn intellectuele capaciteiten kan het niet liggen.

Hier moet sprake zijn van twee revelations die via reasoning en een leap of faith tot inzicht zijn verworden.
1. Over de inzichten in de persoon Weinberg. Dekker heeft iets gelezen van Weinberg, over atomen en de basis van het al. Daar openbaart zich iets. Dekker’s reason gaat aan de slag, en na een leap of faith heeft hij nieuw inzicht verworven: de dingen die er toe doen zijn voor Weinberg zinloos.
2. Over Dé atheist. Dekker leert dat Weinberg een atheist is. Daar openbaart zich iets. Dekker’s reasoning gaat aan de slag, en na een faith of leap heeft hij nieuw inzicht verworven: de dingen die er toe doen zijn voor atheisten zinloos. (En een "goedwillende atheist" die die toevallig tegenkomt - ik dus - betekent geen nieuwe revelation en dus geen nieuw inzicht.)

Ja Cees, ik zou zeggen: er komt behoorlijk wat subjectiviteit om de hoek kijken. En reasoning is gedurende het proces, wat zeg ik, aan het begin van het proces op de mesthoop terecht gekomen.

Van mij mag voortaan iedere uitspraak die Cees Dekker doet buiten zijn wetenschappelijke kader - en ik bedoel dan zijn technisch-wetenschappelijke kader - a priori met het razor van Hitchens benaderd worden. Ook wel: met een korreltje zout genomen worden. Dat ik op één willekeurige dag in het leven twee leaps of faith zie, terwijl een beperkte research-inspanning ook inzicht had kunnen leveren - bijv. even de fiets pakken en naar de bibliotheek - wel ... ik weet voor even genoeg over die revelations.

En dat op een dag dat iemand mij de vraag stelt “How Can I Possibly Believe That Faith Is Better Than Doubt?” en mij informeert over “the walls we have built between faith and reason.” - opnieuw Peter Wehner in de New York Times.
Yes Sir, ik zou maar eens wat meer gaan twijfelen en wat vaker achter mijn oor krabben, als ik U was.
No Sir, we hebben geen muur gebouwd tussen reason en faith. Zoals we ook geen muur bouwen tussen zulke uiteenlopende dingen als een voetbalveld en een glas met water, zoals we ook geen muur gebouwd hebben tussen ooievaars en zwangere vrouwen.
Faith en reason hebben - naast een vocabulaire dat benodigd is - niets met elkaar gemeen. En tegen hen die ons dat wel willen doen geloven, zoals Cees Dekker, en zoals U, Peter Wehner, zeg ik: het lijkt me beter dat je van nu af aan je verhaaltjes voor je houdt.

Monday, December 25, 2017

revelation or illusion

“But reason alone cannot prove the existence of God. Faith is reason plus revelation, and the revelation part requires one to think with the spirit as well as with the mind. You have to hear the music, not just read the notes on the page. Ultimately, a leap of faith is required.”

Dit is een citaat uit een post van Francis Collins, wetenschapper, met als titel “Why this scientist believes in God”. De post is gepubliceerd april 2007. Het citaat is geactualiseerd doordat Cees Dekker, wetenschapper die vindt dat wetenschap gecombineerd kan/moet worden met geloof, het één dezer dagen getweet heeft met als kwalificatie “nice quote”.

Laat ik voorop stellen dat ik geen probleem heb met wetenschappers die geloven. Als ze hun wetenschappelijke arbeid uitvoeren conform de criteria die daarvoor gelden kan daar niks mis mee wezen. Zeker niet riskanter dan een socioloog die zich, gegeven zijn sociaal culturele achtergrond, zet aan het definiëren van een maatschappelijk probleem dat hoognodig onderzocht moet worden.

Wat mij wel een probleem lijkt is de ingrediënten die Collins hier met elkaar mengt, waar Dekker bewondering voor heeft: faith / reason / revelation / spirit / mind.

Revelation lijkt me hier een sleutelwoord.
De filosoof zegt: Revelation is the self-disclosure of God to humanity. Nu zijn er nogal wat redelijke mensen geweest - denkers - die iets over God hebben gezegd. Dat kan alleen uit revelation tevoorschijn komen. En die uitspraken vertonen zoveel verschillen dat je je mag afvragen: hoe betrouwbaar zijn die revelations.
Anders gezegd: wanneer is er sprake van revelation en wanneer is er sprake van illusion. Over illusion zegt de filosoof: it is impossible to distinguish a hallucination of being faced with an elephant from the state of being actually faced with an elephant.

Collins, en naar ik aanneem Dekker in zijn kielzog, gaan een revelation te lijf met reason.

Allereerst een citaat over de verhouding tussen illusion en revelation. Uit “Experimental Essays on Chuang-tzu”. Zhuang Zhu was een belangrijke filosoof die leefde tijdens de Periode van de Strijdende Staten.
“... but the spontaneous is always springing up at the center of me, thrusting me forward or dragging me back, and it is only at the periphery that I can take full control of it. Nor is it sensible to wish that it were otherwise, since raptures, aesthetic, erotic, intellectual, mystical, in which the spontaneous floods the whole of consciousness, can lift us to heights of awareness beyond our ordinary capacities. They can also delude us, of course, and the obscured line between revelation and illusion is a distinction to cling to as best one can, to be clarified by reason in retrospect or not at all.”

Een lang citaat, om ook de aard van een revelation duidelijk te maken: an aesthetic, erotic, intellectual, mystical rapture (ik kan de intellectual rapture niet goed plaatsen).

Maar het venijn zit natuurlijk in de staart: “the obscured line between revelation and illusion” en “to be clarified by reason in retrospect”.
Wie een revelation heeft gehad, en die mee naar huis neemt om daarover te berichten staat in wezen met lege handen. Er is niets concreets, er is niets meetbaar, er kan geen sprake zijn van herhaling. Maar bovenal, niemand kan ooit God kennen - daar zijn alle theologen en filosofen het over eens. Hoe dan zal degene die een revelation heeft gehad kunnen zeggen dat God zich aan hem kenbaar heeft gemaakt?
How to clarify a revelation by reason in retrospect?

Collins vat het samen met een muzikale ervaring: You have to hear the music, not just read the notes on the page.
Collins zou zich een paar dingen kunnen afvragen.
Hoe had Ludwig von Beethoven zijn Missa Solemnis of zijn 9de symfonie kunnen componeren?
Hoe was het mogelijk dat Leonard Bernstein, om maar een dwarsstraat te noemen, het orkest door een partituur kon leiden als hij die niet van te voren, liggend op de sofa, grondig had doorgenomen.
Of dit: ... in interviews, Gould would talk about the importance of learning a piece of music on paper before performing it.

NB
Deze post kreeg nog een onverwacht staartje, n.a.v. een discussie met Cees Dekker over revelation /illusion
zie: revelation or illusion ... Hitchens'razor

Friday, June 30, 2017

ruimte en tijd

oneindigheid en eeuwigheid

Recent is verschenen THE BIG PICTURE van Sean Carroll: de ondertitel suggereert dat dat over een heleboel gaat ... én over the UNIVERSE ITSELF.

Edge.org, de site van John Brockman doet aan wetenschappelijk plezier, en verenigt wetenschappers van divers pluimage om de stand en status van wetenschap te bespreken, middels interviews, gesprekken en brede uitwisseling van gedachten. Daarin komt ook het Universum aan bod en al wat astrofysici en kosmologen daarover te melden hebben. De interviews / gesprekken / gedachtewisselingen over het universum zijn gebundeld in the UNIVERSE, met als ondertitel leading scientists explore the origin, mysteries and future of the cosmos.

Ik moet nog ontdekken of Carroll een speciale bedoeling heeft met de toevoeging “itself” aan universe: is dit empathic bedoeld of misschien ook reflective, alsof het by itself, of in itself beschouwd zou kunnen worden. Carroll betuigt zich per slot a poetic naturalist.

Maar, wat moet ik met the origin of the cosmos, of met the future of the cosmos?

Vandaar hier alvast, vooraf, mijn, in zekere zin rigide ideeën over deze zaken.
Achteraf, na lezing van deze geschriften, kan ik dan nagaan of mijn gedachten daarover wezenlijk veranderd zijn.


UNIVERSE

Voor mij is de ruimte om ons heen een oneindige ruimte. Dat betekent dat ik vanaf mijn plaats gezien een oneindig lange weg kan afleggen, de hoogte in, of de diepte in, naar rechts of naar links - welke kant dan ook uit.
Dat suggereert een bol met een straal van oneindige lengte. Maar het is geen bol, en ook geen kubus; het is een onbegrensde realiteit.
Dat betekent wel dat iedere entiteit die zich van zijn aanwezigheid bewust is, waar die zich dan ook in het heelal bevindt, zich mag beschouwen als het middelpunt van die ruimte.

Die ruimte heet voor mij Universe, zonder lidwoord.
Universe, het woord zegt het al, omvat alles, het al.
Voor mij bestaat er dus geen multiverse. Voor zover iemand wil filosoferen over universa naast of door elkaar, al dan niet kenbaar voor de mens, zou hij daar andere namen voor moeten verzinnen. Eigenlijk is deeluniversum al een raar woord, want een zoveelste deel van de oneindige ruimte is ook al oneindig.

Er is één onderscheid dat ik wel kan hanteren: the observable universe als voor ons zichtbaar deel van Universe.
Zichtbaar is misschien iets te sterk uitgedrukt: kenbaar is wellicht een beter woord.
Kenbaar is wel een relatief begrip. Vooralsnog zijn we niet in staat om de ruimte buiten de grenzen van onze aardse ruimte te bezoeken, laat staan dat we de grenzen van ons zonnestelsel zouden kunnen overschrijden. Dus dat kenbare is erg relatief: het is gebaseerd op theoretische modellen. Ik bedoel daarmee dat de registratie van de observatie nooit geconfronteerd is kunnen worden met het geobserveerde.

Universe is er niet voor ons.
Wij zijn in een uithoekje van Universe, vanuit ons beschouwd het middelpunt, tot ontwikkeling gekomen en hebben, als van zichzelf bewust zijnde entiteiten, bezit van Universe genomen. Dat is gebeurd in een heel klein tijdvenstertje, nog niet een picto-deel van de eeuwigheid die achter ons ligt. Dus je zou kunnen zeggen: wij hebben onszelf een universumpje geschapen.
Dat is geenszins Universe.
Er is ook geen enkele reden om aan te nemen dat dit proces - de ontwikkeling van zichzelf bewust zijnde entiteiten - zich niet in meer uithoeken, en vaker heeft voorgedaan en zich nog veel vaker zal voordien.


TIME

Er ligt een eeuwigheid aan tijd achter ons, er ligt een eeuwigheid aan tijd voor ons. Tijd wordt vastgesteld doordat er dynamiek is in een systeem, waardoor na “verloop van tijd” de status van dat systeem een waarneembare verandering heeft ondergaan.
Voor het meten van deze tijd hebben we geen zonnestelsel nodig. Een seconde is gedefinieerd als the duration of 9192631770 periods of the radiation corresponding to the transition between the two hyperfine levels of the ground state of the caesium-133 atom. De premisse van de universaliteit van natuurkundige wetten zegt ons dat deze standaard hanteerbaar is in Universe.

Dat Universe één brok dynamiek is, is simpel vast te stellen: hemellichamen draaien om hun as, stelsels van hemellichamen draaien om hun as, het cirkelt allemaal om elkaar heen; er verdwijnen hemellichamen en er komen nieuwe bij, en volgens de gangbare theorie verwijderen hemellichamen en hemelstelsels zich onderling van elkaar.

Er wordt wel geopinieerd dat de tijd begonnen is met de big bang.
Ik heb geen enkele reden om aan te nemen, er is geen enkele logica ... behalve logica die uitgaat van het feit dat de mens geschapen is naar het evenbeeld van God, een feit dat ook door de atheïsten onbewust onderschreven wordt ... dus geen logica, die ons zegt dat Universe er enkel en alleen voor ons is. Voor mij staat vast dat ook de Big Bang, als die zich gemanifesteerd heeft, en hoe die zich dan ook gemanifesteerd moge hebben, niet een eenmalige gebeurtenis is geweest.

Die nooit begonnen en nimmer ophoudende eeuwigheid is logisch goed te verklaren.
Als ik, met nog een paar mensen op een gelijktijdig moment, om één of andere redenen de geest geef is daarmee niet het einde der tijden aangebroken. Er leven nog heel wat van zichzelf bewuste wezens verder. Als er nu nog één van die wezens overlijdt, geldt precies hetzelfde. De tijd en onze wereld draaien gewoon door.
Analoog aan de algebraïsche logica: dat wat voor n geldt, en bewijsbaar is voor n +1 geldt voor alle n - geldt dus ook voor de dynamiek van Universe: het houdt niet op met ons verscheiden, en de tijd schrijdt rustig voort.

Hierboven sprak ik al van ons tijdvenster. Van die nooit begonnen, en nimmer ophoudende eeuwigheid, mogen wij het bestaan van ons zonnestelsel in een piepklein tijdsvenstertje zien. Van dat piepkleine tijdsvenstertje bestaat homo sapiens weer een pieppiepklein onderdeeltje, en van dat pieppiepkleine onderdeeltje zijn wij weer een pieppieppiepklein deeltje een heel klein beetje verlicht en hebben we relatief beperkte middelen ontwikkeld om Universe te observeren.

NB
Die standaardtijd is overigens zeer relatief. Stel er is ergens een zonnestelsel, met een planeet zoals onze aarde, met daarop bewuste wezens als wij, zodat gedachtewisseling mogelijk is. Stel die planeet draait langzamer of sneller om zijn as dan de onze, en zijn omloop rond de zon gaat langzamer of vlugger dan onze omloop. Dan zijn onze dagen en jaren niet te vergelijken met de dagen en jaren op die planeet.
Een interessante vraag is of het caesium-133 atoom daar weet van heeft.


oneindig groot en oneindig klein: een geloofsartikel

Ik ben ervan overtuigd dat de maat der dingen zeer relatief is.
Het is verder niet interessant voor de discussie over de fysische realiteit van alles wat zich in de hemelen boven de aarde bevindt, en alles wat zich onder de wateren beneden de aarde bevindt. Het voegt niets toe aan Universe.

Maar ....
Ik ben er van overtuigd dat er een oneindig grote afspiegeling bestaat van datgene wat zich aan ons als observeerbare werkelijkheid aandient.
Dat is niet moeilijk vast te stellen. We zijn omringd door hemellichamen, stelsels van hemellichamen en stelsels van stelsels van hemellichamen. Een van zichzelf bewuste entiteit, die op voldoende afstand staat van onze werkelijkheid, laten we zeggen op voldoende afstand van het voor ons observable universe, ziet een compacte massa. Wat die massa inhoudt, wat die massa betekent valt buiten onze waarneming. Daar is niets over te zeggen.

Ik kan me daarvan overigens wel een beeld vormen, en in SF-verhalen komt deze idee ook wel aan de orde.

Als dat van die oneindige grote afspiegeling waar is, dan is er mutatis mutandis ook een oneindig kleine afspiegeling van de observeerbare werkelijkheid. De dingen houden dus niet op bij onze particles. Dat betekent dat een neutrino een massa is die een werkelijkheid in zich kan bergen, waarbinnen zich een zichzelf bewust zijnde entiteit kan bevinden die die massa als universum waarneemt.

Onze wereld dus, gezien als een Matroesjka pop, als één van een oneindig aantal werelden.

Sunday, May 28, 2017

de agnostische positie is een onhoudbare positie (hrz)

Richard Dawkins, de meest prominente Christenjager sinds Paulus, zei het onlangs nog, in een discussie met de Anglicaanse bisschop Williams: I do. Williams vroeg: why don’t you call yourself agnostic.
Dawkins zei dat hij een schaal heeft die loopt van 0 tot 7, van zeker weten dat God bestaat tot zeker weten dat er geen God is, en daar plaatst hij zichzelf rechts, ver van het midden.
Hoe kan hij dat beweren?
Hoe kunnen anderen met stelligheid beweren: ik ben een agnost.

Er zijn theisten en er zijn atheïsten.
En dan zijn er ook nog mensen die zich agnost noemen.
Agnost bedoel ik hier in de zin van: no one ought to have a positive belief for or against the divine existence. Zoals het ook wel aangeduid wordt: de mens kan geen kennis hebben van zaken die boven zijn orde uitstijgen.

Eerst een analogie.
Chomsky, ik doel hier op de linguïst, is beroemd geworden doordat hij een nieuw fundament gelegd heeft voor linguistics.
Voor zover dat fundament niet in de armstoel is ontstaan, is vanuit de leunstoel wel een belangrijke bouwsteen aan dit gebouw toegevoegd, een hoeksteen zeg maar. In een artikel, geschreven samen met Hauser en Fitch, The Faculty of Language, wordt een soort van printkaart gedefinieerd die zich in onze hersens bevindt. De faculty of language wordt in de broad sense gezien (FLB) en in de narrow sense (FLN). Dat wordt in een schema getekend waarvan het onderschrift luidt: ... FLB includes sensory-motor, conceptual-intentional, and other possible systems [...] FLN includes the core grammatical computations ...
Printkaart is mijn metafoor, motor is hun metafoor, maar sensory en systems en computations komt heel erg in de buurt van genormaliseerd taalgebruik als we het over de hersenen hebben.
Er is geen spoor van hard bewijs voor de theorie van Chomsky, maar een knappe man die het paradigma weet te verschuiven. De schrijver Tom Wolfe heeft het geprobeerd, maar is van een koude kermis thuisgekomen.

Mijn idee is dat je de theorie van Chomsky ook kunt gebruiken voor God. De homo sapiens heeft in zijn lange bestaan, in de grot én zonder Verlichting (let op de kapitaal) zoveel angsten gekend en is zo onzeker geweest dat hij zich een God heeft aangemeten om dat te bezweren. Daar is dus minstens 200.000 jaar overheen gegaan. Aangenomen mag worden dat dat als instinctieve zekerheid in het limbische systeem moet zijn verankerd (en als reptielen een godsbeeld hebben is het nog veel ouder en ligt het nog dieper).
Een soortgelijke printkaart. Omdat daar geen motortje voor nodig is en geen subsystemen, is dat ook nog wel aannemelijker te maken dan het FLB/FLN complex.

Chomsky heeft daarmee afgerekend. Op de vraag of hij iets kan zeggen over het concept God is zijn antwoord: I don’t think there’s any reason to suspect that there’s any validity to any such notion.
Of de vraag: is there consciousness after death? Chomsky, heel beslist: it’s finished, that’s the end!
Chomsky, die toch weet heeft van printplaatjes in z’n hoofd, heeft deze heel bewust uitgeschakeld.
De ware atheïst.

Hoe kan Dawkins over God praten? Doet hij dat omdat hij dit woord aangereikt krijgt door anderen? Als dat zo is, hoe kan hij er dan tegen vechten; hij weet immers niet hoe het in dat hoofd van die ander terecht is gekomen.

Laten we nu God eens ontdoen van alle poespas.
Er zijn goden in alle soorten en maten. De zeer menselijke goden van de Grieken en de Romeinen. De Grote Manitou van de Indianen die een beetje op de bijbelse Yahweh lijkt. En de sophisticated God van de Joods-Christelijke worteltjes. Daar horen vereringen bij, rites ... kortom: godsdienst.
Volgens mij wordt er niet gerefereerd aan dit soort godsbeelden door het agnosticisme.
De hogere orde van de agnosten is wat vroeger ook wel genoemd werd: de eerste beweger.
Volgens mij bedoelen agnosten te zeggen: ik kan niets zeggen over een eerste beweger.

Dat is om een paar redenen een vreemde stellingname. Hoogst merkwaardig, mag ik wel zeggen.

Wetenschappers die zich agnost noemen, hebben ook een paar geloven.
Allereerst “weten” ze dat de natuurwetten in het hele universum gelden.
Daarnaast "weten" ze dat alles begon met de big bang en dat er daarvoor niets was (al moet ik zeggen: er komen scheurtjes in dat bouwwerk).

Wetenschappers kunnen niet met eeuwigheid en oneindigheid overweg, dus tijd en ruimte voor de big bang zijn dan van hun dimensies ontdaan, (heel) beperkt maar zonder grens. Stephen Hawking vergelijkt het met de aarde waarover je alsmaar rondjes kunt triatlonnen zonder dat je eraf valt.
In de loop der tijden zijn de grenzen van het waarneembare heelal behoorlijk verlegd. Toch zien we nooit iets anders dan sterrenstelsels, die zich gedragen als reeds eerder geziene sterrenstelsels. Niks nieuws boven de zon. Waarom zouden we dan zeggen: of er andere dingen zijn, ik weet het niet.

De musicus John Eliot Gardiner is wetenschapper én een gelovig mens. Sinds hij zich met de muziek van Bach bezig houdt, de componist van de Music in the Castle of Heaven is zijn geloof toegenomen, sterker geworden.
Als Gardiner even geen muziek maakt staat hij op zijn boerderij. Ik denk dat hij voor gek verklaard zou worden als hij, staande in de opening van zijn stal zou zeggen: zoor zover ik weet heb ik alleen maar koeien, of ik ook paarden heb daar kan ik niks over zeggen, maar ik zie ze niet.

De Nederlandse theoloog Kuitert zei: alle spreken over boven komt van beneden.
Hoe weet hij dat?
Als de eerste beweger van een hogere orde is, waarom zou hij ons dan niets in onze hersenpan kunnen stoppen.
We geloven tegenwoordig ook dat we een informatiesysteem zijn. De vigerende materialistische deterministische visie is: wij zijn een computer. Daar past het FLB/FLN systeem van Chomsky c.s. met zijn subsystems en sensory-motor uitstekend in.
Welnu, daar is de eerste beweger, onze hogere orde. Als programmeur van dat wat we zijn: willoze computers.

Ik zeg niet dat ik erin geloof. Maar als je een hogere orde voor mogelijk houdt, als je de bestaanbaarheid ervan erkent, en dat doe je als agnost, dan kun je nooit meer zeggen: het bestaat niet. Daarmee is de grote influisteraar een realiteit. En dat betekent dat er allerlei mensen op aarde rond kunnen lopen, die weet hebben van de zondeval, die weten dat ze met hun gezicht naar het Oosten moeten bidden, en van de Zoon van God en van een leven na de dood.
Als je, als agnost, voor mogelijk houdt dat er een hogere orde is, maar, zodra je geconfronteerd wordt met die hogere orde - lees: inblazingen van de Heilige Geest met Pinksteren - bij verder heel verstandige mensen, en je gaat ontkennen dat dat bestaat, ofwel: eerst tastbaar bewijs op niveau van je eigen orde wilt zien van die hogere orde voordat je aanvaardt, dan ben je niet erg consequent bezig. Terwijl er allerlei mensen op aarde rond lopen, die weet hebben van de zondeval, die weten dat ze met hun gezicht naar het Oosten moeten bidden, en van de Zoon van God en van een leven na de dood.

Dawkins en de agnosten, zouden daarom moeten zeggen: het klopt, er zit iets in mijn kop, er wordt mij over verteld en ik heb er beeld bij.

Je kunt die printkaart in je hoofd uitschakelen, bewust of onbewust.
Chomsky heeft dat gedaan. Ik heb dat gedaan.
Ik ken heel wat mensen die er geen last van hebben. Als ik ze vraag naar God, dan zijn ze heel stellig: nee hoor, die bestaat niet.

Of je houdt die hogere orde voor mogelijk, welke vorm die ook heeft: de theist.
Je kunt dan aan godsdienst doen.
Of je kunt er lippendienst aan bewijzen. Dawkins: I do!

Ik zou die man, zeker Dawkins met zo’n conduitestaat, ernstig in overweging willen geven: neem Pascal’s wager ter harte. Want al die informatiesysteempjes die er op de aardbodem rondlopen hebben het vast niet van een vreemde, die zijn ingefluisterd dat de hel uit 9 kringen bestaat met daaronder een gat dat gelijk bodem is voor de ergste gevallen.
Zoals daar zijn Lucifer, Judas ... en kruisvaarders tegen het kruis.

Thursday, May 25, 2017

relax, the expansion of the universe is still accelerating

De titel van deze post is de titel van een artikel geschreven door Tamara Davis, een astrofysicus. Ze schreef dit eind vorig jaar, omdat iemand de mogelijkheid van het al dan niet uitdijen van het universum, ons uitdijende universum, ter discussie stelde; een discussie die laatst weer is aangewakkerd.
Ik zou niet zo relaxed zijn, als ik U was. Maar, dat is dan enkel en alleen omdat, zoals ik hierna zal betogen, het universum ook wel eens zou kunnen inkrimpen. Ofwel: U wordt straks platgedrukt, Heel erg plat. Platter dan een dubbeltje.

Vooraf: het universum dijt niet uit. Het universum is alles wat er is, waarneembaar of niet waarneembaar. Ofwel: de oneindige ruimte waarin wij leven en waarvan ons zonnestelsel een pieppieppiepklein deeltje uitmaakt. Dat kan dus niet uitdijen.
Het universum kan ook niet inkrimpen.
Verder, ik ben een aanhanger van het anthropic principle: dat wat zich voor mij als mens aan mijn waarneming onttrekt, hetzij dichtbij, hetzij veraf, dat bestaat niet. Ik kan daar geen zinnig woord over zeggen. Ik kan daar geen wetten voor definieren, geen systeem in brengen, kortom: het wordt geen kennis, geen wetenschap.
Dat maakt het universum dus niet groter, en ook niet gecompliceerder.

Dat uitdijen wordt afgeleid van het verschijnsel dat andere sterren zich van ons verwijderen.
Een betere uitdrukking zou dus zijn: de ruimte die de zichtbare sterren innemen wordt groter.
Maar, ook dat is niet helemaal correct.

Het universum bestaat uit twee delen: het voor ons waarneembare universum, en het hele grote Al wat we niet kunnen zien.
Welnu, de grenzen van dat waarneembare universum worden bepaald door de apparatuur waarmee we de ruimte in kijken. De telescoop die het verst in de ruimte kan kijken, ongeacht de techniek van die telescoop en de wijze van "kijken", bepaalt de ruimte die wij kunnen waarnemen. Dat is een bol, met als middelpunt de aarde, en een straal die gelijk is aan het aantal lichtjaren waarmee we in het duistere diep kunnen boren.
Als sterren zich van elkaar verwijderen betekent dat: er verdwijnen sterren uit die bol.

De juiste uitdrukking is dus: het aantal waarneembare sterren in de voor ons waarneembare ruimte wordt kleiner. (Ik laat hier het ontstaan van nieuwe sterren voor de eenvoud buiten beschouwing.)
Dat is een waarheid als een koe.
Wat zegt dat over “uitdijen” of “inkrimpen”?
Niets. Helemaal niets!

Het universum is één grote brok dynamiek.
Dat is geen wereldvreemd uitgangspunt. Dat komt overeen met de waarneming dat hemellichamen en hemelstelsels om hun as draaien. Dat komt overeen met de waarneming dat sterren van ons vandaan bewegen. Het komt ook overeen met de evolutiegedachte, in dit geval de opvatting dat ook het heelal aan evolutie onderhevig is.
Die evolutie wordt tot uitdrukking gebracht in de vigerende theorie van de big bang, dan wel in de aan terrein winnende theorie van het cyclic universe.
Voor mij is het cyclic universe een zeer plausibele verklaring van het verschijnsel van zich verwijderende sterren. Voor mij past de big bang daar ook prima in, in die zin dat die ijsklomp die daar uit elkaar spat voor een verre toeschouwer een dotje materie is, maar voor een toeschouwer dichterbij de omvang van een aarde, een ster of van een galaxie kan hebben.
Wat mij betreft is er dus sprake van een voortdurende inkrimping en uitdijing van een hoeveelheid materie, steeds gepaard gaande met weer een big bang.

Waarom zeggen de dames en heren kosmologen/astrofysici nu dat wij in een “uitdijende” beweging zitten?
Dat weet ik niet.
Er zit iets van arrogantie in. Wij nemen nog niet een yocto-split of a second van het bestaan van “ons” universum waar, en we menen vast te kunnen stellen onder welk gesternte we geboren zijn.
Ik beweer ... nee, ik stel vast: dat kunnen ze niet zeggen.

Tamara Davis, en al die andere wetenschappers die het woord expansion in de mond nemen, hebben eveneens als basisuitgangspunt de big bang. Hoe die er precies uitzag, maakt niet zoveel uit. Eén ding staat vast: gegeven de dynamiek van het universum, én gegeven de oneindigheid aan ruimte en de eeuwigheid aan tijd, zegt de logica: de big bang is een zich herhalend gebeuren.
Die ijsklomp, die samengeklonterde massa die uit elkaar spat, moet ergens vandaan komen. Daar zijn ook theorieen over. Dark energy die dark matter overwint en/of black holes kunnen daar mee te maken hebben.


Nemen we aan dat ster A en ster B zich van elkaar verwijderen. De waarnemer, ongeacht waar die zich bevindt, heeft geen antwoord op de vraag: quo vadimus?
Nemen we nu aan dat wij vanaf ster A (onze zon) de waarneming doen. Nemen we verder aan dat zich rechts van ster B het centrum van de vorige big bang bevond (we zeggen wel dat we naar het verleden kijken als we naar de sterren kijken).
Als we nu zouden kunnen vaststellen dat wij van ster A ons van ster B vandaan bewegen, en dat ster B achter ons aankomt, dan is er niets aan de hand.
Maar, stel nu dat ster B zich richting het centrum van de vorige big bang begeeft, en dat deze ster een versnelling heeft gekregen vanwege de aanzuigende werking van een zwart gat dat een ijsklomp aan het vormen is voor de volgende big bang - zeg maar: in de strijd tussen dark energy en dark matter is dark energy aan de winnende hand - dan is er stront aan de knikker. Daarbij vergeleken is de nachtmerrie van de afdaling in de maalstroom, van Edgar Allan Poe, een vervelende droom.

Erger, stel het centrum van de vorige big bang bevond zich links van ster A (onze zon) en wij gaan met gezwinde spoed die kant op, dan hebben we de poppen pas echt aan het dansen.
Met zijn allen op weg naar de Moskstraumen. En wij zullen de eersten zijn.
Platter dan een dubbeltje.

Relax, the expansion of the universe is still accelerating!
Poeh ...
Minister president Hendrikus Colijn zei het ook, toen zich zware tijden aankondigden: gaat U maar rustig slapen. Nou, voordat ik kan relaxen, voordat ik rustig kan gaan slapen, zou ik graag zien dat ze uitrekenen welke ster het hardst gaat en in welke richting, en waar zich het centrum van de vorige big bang bevindt.

Monday, March 28, 2016

la vita

guardando liegende Mutter mit Kind dal pittore Paula Modersohn-Becker

che serenità,
cosi intenso

lontana la croce
di Pasqua noi nemmeno parliamo
comunque
Cristo si è fermato ai porti dei cieli

non è l’annunciazione
c’è un’invocazione
qui si mostra la vita

una Vita
veramente eterna

Wednesday, August 20, 2014

eerst Meester en Dekker ... dan een hele tijd niks ... daarna God, en dan de wetenschap

Gerdien de Jong, evolutiebiologe, noemde een collega "wetenschapper" onvoorstelbaar fout en verschrikkelijk dom. Of ze daarin gelijk had is nu even niet van belang, feit is dat ze deze kwalificaties enige jaren terug voor een andere ...
Nee, beter bij het begin te beginnen.

De volgende vlieger gaat niet op.
stel x = y
dan geldt: x2 - x2 = x2 - y2
ofwel: x (x - x) = (x + y)(x - y)
omdat x = y geldt: x (x - y) = (x + y)(x - y)
delen door (x - y) levert: x = x + y
omdat x = y geldt: x = x + x
ofwel: x = 2x
ofwel: 1 = 2

En waarom gaat die vlieger niet op?
Omdat we in de wiskunde hebben afgesproken dat je niet door 0 mag delen. En in dit geval geldt: x - y = x - x = 0!

In de wetenschap geldt ook een andere afspraak: als iemand een opvatting heeft over een waargenomen fenomeen, in termen van oorzaak, gedragingen en gevolg, dan moet die iemand dat theorietje in een ordentelijke hypothese gieten, die getoetst kan worden. Blijkt bij herhaalde toetsing één en ander te kloppen, dan kan het theorietje theorie worden ... en blijven, tenminste zolang uit andere (betere) toetsingen niet het tegendeel blijkt.
Gaat het één keertje mis, dan gaat de theorie bij het oud vuil, ook als een heleboel experimenten de hypothese bewezen hebben, en mag een poging ondernomen worden om de hypothese aan te passen - voor hernieuwde toetsing uiteraard.

Dus, als iemand beweert, en daarvoor een hypothese opstelt, dat wanneer je een pannetje met water op het vuur zet het water in dat pannetje gaat koken (gewoon water, normaal pannetje) dan kunnen er heel wat experimenten uitgevoerd worden die steeds de hypothese bevestigen.
Beweert iemand dat wanneer je een pannetje met water op de ijsvloer zet het water in dat pannetje gaat koken, dan mag hij dus een hypothese opstellen en onder toezicht experimenten uitvoeren (niet met een snelkoker). Als dan het water gaat koken krijgt hij de nobelprijs. In het andere geval wordt hij opgeborgen in een rusthuis voor verdwaalde denkers.

Het mag dan ook wel een Godswonder heten dat de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen [nu alweer enkele jaren geleden*)] een discussie opstartte over de verhouding tussen Geloof en Wetenschap. Geloof in God wel te verstaan.
Het is nu al zolang bekend dat, wat voor hypothese er ook over God wordt opgesteld, geen enkel experiment God ooit zichtbaar en derhalve toetsbaar zal maken, dat je er vergif op in zou moeten kunnen nemen dat iedereen er zo langzamerhand wel mee gestopt zou zijn.
Afblijven van dat gif!
Het houdt niet op ... en het wil niet ophouden.

Je vraagt je af waarom ze niet een keertje gaan nadenken over de verhouding tussen Wetenschap en Koning Voetbal.

Je zou ook onderzoek kunnen doen naar de invloed van de ruimere winkelopenstelling - m.n. op zondag - op de ontwikkeling van het wetenschappelijk onderwijs aan de Vrije Universiteit.
Nu alweer een aantal jaren geleden verordineerde de vrouw van Ronald Meester dat ze genoeg kerk had gezien op zondag en dat ze nu wel eens een tijdje naar De Bijenkorf wilde gaan. Inmiddels is onze Ronald zo geconditioneerd dat hij denkt dat de Bijenkorf hetzelfde is als de kerk - zijn vrouw is er heel erg rustig van geworden - en dat God iets recreatiefs is geworden, en dus wel ondergebracht kan worden in de sociologie. Het is hem ook niet ontgaan dat de rustdag des Heeren inmiddels veel economische opbrengst genereert, dus God kan ook wel een plekje in de economie krijgen.
En als sociologie kan, en economie kan ... wel, waarom dan niet evolutie?

De aftrap van bedoelde discussie vond plaats, in aanwezigheid van Ronald Meester, op de tv, programma Buitenhof.
Dat moest wel mis gaan.
Daar zat, om maar iemand te noemen, Cees Dekker. Die zag toen achter de verzameling van alle te hypothiseren en te onderzoeken fenomenen een ontwerp. En onmiddellijk riep iemand: dan moet er ook een ontwerper zijn.
Da's op zich voorbarige onzin natuurlijk. Postponement of judgment, dame en heren! Misschien zag Cees wel een groots deterministisch plan - bij de big bang is er in alle atomen en alle structuren van atomen een hoop informatie gestopt en dat is dan het ontwerp, ik noem maar wat - de vijfde kracht waar we al zolang naar op zoek zijn (en Cees die maar niks los wilde laten).
Dus gewoon zeggen tegen Cees: okay jongen, stel maar een hypothese op, dan gaan we die toetsen. Kom je vanzelf bij de vraag: waar komt dat ontwerp vandaan. Ofwel: ophouden met ouwehoeren, mouwen opstropen en aan de slag.

Niks hoor: doorpraten, nog meer onnavolgbare prietpraat, van maar liefst zegge en schrijve zes (6!) wetenschappers, en dat een uur lang. Het was dat Pieter Drenth, voormalig rector magnificus van de VU, er qua zinnigheid met kop en schouders bovenuit stak, anders had ik het helemaal tenenkrommend aan moeten zien.

En het ging al bij de eerste vraag fout.
Paul Witteman richtte zich tot Marie José Duchateau met de vraag: is het toeval dat wij hier zitten.
Marie José antwoordde: Ja! (met uitroepteken, Cees kon zich nog maar net inhouden maar schudde al wel met zijn hoofd).
En waarom dan, vroeg Paul Witteman.
Wel, zoveel duizend jaar geleden was er een meteoriet ingeslagen op de aarde die een einde had gemaakt aan de suprematie van de dinosaurus en zo, ongewild, de wegbereider was geweest voor de ontwikkeling naar het mens-zijn. Want, volgens Marie José dan, die dinosaurusjes hadden nooit toegestaan dat wij, naar Gods evenbeeld, de baas over de wereld geworden waren.

Hier nu had Gerdien de Jong, als een deus ex machina, tevoorschijn moeten komen - Pieter Drenth was zo bescheiden, en ook zo netjes opgevoed dat hij keurig op zijn beurt wachtte - en haar oordeel moeten vellen: Marie José, wat je nu zegt is onvoorstelbaar fout en verschrikkelijk dom.
Ze verscheen niet. (Ze had natuurlijk naderhand best een artikel in het Reformatorisch Dagblad kunnen schrijven.)
Pieter Drenth had op moeten staan en moeten zeggen: Mevrouw ... hij had wat mij betreft ook wel aan kunnen vangen met: mevrouwtje toch, dus:
Mevrouwtje toch! - aldus Pieter Drenth.

Ofwel: hangt dat niet af van je wereldbeeld - en daar ging de discussie toch over: de schadelijke invloed van een wereldbeeld op de wetenschapsbeoefening ... om de discussie post factum nog maar eens naar een hoger niveau te tillen. Als je de deterministische visie aanhangt, dan bestaat toeval niet, dan is het allemaal oorzaak en gevolg.

Ofwel: wordt toeval niet op veel manieren geïnterpreteerd in de diverse wetenschappen, zodat ze op zijn minst eerst aan Paul Witteman had moeten vragen: over welk toeval heb je het?

Ofwel: zijn er daarvoor en daarna niet (4) andere major mass extinctions geweest?

Ofwel ...

Het is niet meer goedgekomen, alle heldhaftige pogingen van Pieter Drenth ten spijt.

Een vriendin van mij heeft die Buitenhofuitzending recent ook nog eens bekeken, terwijl ze wachtte op het gereedkomen van een kip in de oven.
Ik vroeg haar: als je nou die kip had laten kakelen, en Cees Dekker in de oven had gestopt, zou dat enig verschil gemaakt hebben?
Vraag naar de bekende weg natuurlijk. Vermoedelijk zou nooit meer iemand een uitnodiging van haar om ook een vorkje mee te prikken aannemen.

Nee, haar medeaanschuivers zouden er niet vrolijk van geworden zijn.
Maar ze had die kip helemaal blij gemaakt ...
... en de antipoden van Cees Dekker ook!
Zeker weten.

PS En ik brom U dat dit nog lang gaat duren. Terwijl God zich nog nooit heeft gemanifesteerd, vooral niet als er getoetst moest worden, wordt de roep om zijn inbreng steeds groter. Ik vrees dat de Meesters en de Dekkers van deze wereld zelf met een groots ontwerp bezig zijn: eerst God er in, en daarna alle ratio die van God los is er uit.


*) Ik ben pas zeer recent attent gemaakt op de oorsprong van deze discussie, dus dit zou mosterd na een al lang verteerde en afgescheiden maaltijd kunnen zijn, ware het niet dat het gebazel over geloof en wetenschap alsmaar doorgaat, er zelfs een site voor is, onder auspiciën van ForumC, en er ook promoties plaats vinden waarin de afwezigheid van God vooraf niet gegarandeerd wordt, en achteraf niet bevraagd blijkt te zijn - ofwel zo actueel is als het terrorisme dat met andere geloofsovertuigingen samen heet te gaan. En dat heeft deze discussie, en die aftrap in Buitenhof, allemaal in gang gezet!


Sunday, June 22, 2014

let op: lenen kost geld

Vlak voordat ik door de hoofdredacteur werd aangesproken op de toon van mijn bijdragen, en door "de secretaresse" op het off topic karakter daarvan en het ontbreken van iedere vorm van onderbouwing, had ik een bijdrage afgeleverd, onder een artikel van Rob Wijnberg over studeren en geld lenen (excuus: eerst geld lenen en dan studeren, de zaken netjes in de juiste volgorde), waarvan ik me kan voorstellen dat die de toorn van de correspondent van dienst en van cohorten van het ledenbestand van De Correspondent heeft opgeroepen.
Die bijdrage luidde als volgt:

"
"Geld lenen is heel erg slecht" zei een baas van de financierings-afdeling in ons bedrijf. "Eigenlijk is er maar één ding slechter: dat is naar de hoeren gaan."
De man kende calvinistisch Nederland.
"Nee" zei een bijdehandje - die het nog ver zou schoppen in deze wereld - "geld lenen om naar de hoeren te gaan, dat is het ergste wat er is."

Als naar de hoeren gaan een zonde voor je is, wel, dan heb je het makkelijk. Maar als je nou graag naar de hoeren gaat, en je hebt geen geld ... tja, dan zal je een keuze moeten maken.
"

Eén lid, een gelovige uiteraard, sprak mij aan: blijf even serieus, wil je.
Om verschillende redenen was ik zelden zo serieus.

Los van dat ik mij zeer kan amuseren met deze dialoog, en met de wending die die neemt: dit gesprek heeft daadwerkelijk plaats gevonden. En dat mag geen wonder heten in ons calvinistische landje.
Of het een calvinistische zonde zou moeten zijn, geld lenen, weet ik niet - ze zeggen in die kringen dat je moet woekeren met je talenten; en je kan niet woekeren met talenten als een ander daarvoor niet wil betalen.

Toen Ford de idee opvatte van efficiency in de auto-industrie --> lagere prijzen --> ook de kleinere man een auto --> grotere omzet (en zo kom je dan uit bij Den Uyl's "iedere arbeider in een autootje") had hij natuurlijk volgens de legioenen van de rechtvaardige inkomensverdeling zijn eigen arbeiders als eerste een auto moeten geven. Immers, wat je produceert daar mag je toch op z'n minst zelf van genieten. Of een salaris waarvan je jezelf met gemak een autootje kon veroorloven.
Daar komt natuurlijk een probleem om de hoek.
De buurman van de man in de autofabriek, die in de broodfabriek werkt, moet ook een autootje kunnen rijden. Okay, je zou kunnen zeggen: die buurman eet gratis brood, dat is nu eenmaal zijn stiel ... maar hoe kan er dan iets terecht komen van die betere inkomensverdeling.

De communistische maatschappij, daar meenden ze dat geregeld te hebben, maar daar hoor ik hier niemand van die westerse legioenen de loftrompet over steken. Dankzij ons vrijheidsideaal hebben we met dat achterlijke systeem van die tirannen uit het Oosten - Reagan zij geloofd en geprezen! - definitief afgerekend.
En dankzij die vrijheid kunnen we in deze kapitalistische wereld zomaar iets roepen ... dat mag, da's makkelijk. Een roeptoeter achterna lopen ... nog gemakkelijker. Maar over de consequenties nadenken, de vraag hoe dat te organiseren beantwoorden ...

Een auto ruil je niet tegen een brood, noch in een communistisch, noch in een kapitalistisch model.

Dus de arbeider gaat sparen. En omdat Ford zijn arbeiders iets beter betaalde konden die ook sparen. U voelt natuurlijk wel dat er iets paradoxaals aankomt, maar we gaan toch maar even stap voor stap verder.

Consumptief sparen zou je dit kunnen noemen. Niet sparen om te investeren, maar sparen om een autootje te kunnen rijden. Maar dat sparen moet wel iets opbrengen, en omdat er mensen zijn die geld lenen ...

Terzijde: er zijn wel gelovigen die denken dat Marx de banken niet zag zitten. Dat is een misverstand. In Marx' utopie, wanneer die uitgekomen was, was er geen banksysteem nodig geweest. Maar zolang die utopie nog niet was gerealiseerd zag Marx een functie voor een bank, die op een nette manier het spaargeld van de arbeider bewaakte en hem de vergoeding gaf die hem toekwam, omdat een ander betaalde voor het gebruik van dat spaargeld.

En daar zijn we bij het paradoxale aanbeland: we willen wel dat de arbeider spaart, we willen wel dat hij daar rente over krijgt, maar we willen niet dat ie geld leent.

Let op: brood kopen kost geld!
Die waarschuwing wel eens gezien?
Wel, hier staat ie.
En deze waarschuwing is niet idioter dan die andere waarschuwing, die door onze verontruste, wat zeg ik, zeer geschokte regelgevers in Den Haag is bedacht.
Het is waar: wie zelf meel koopt, en dat met de handen mengt met gist en water, en een oven warm maakt, die heeft binnen een paar uur een brood.
Je zou je natuurlijk iets af kunnen vragen over efficiency. Terwijl de bakker brood voor je bakt, kun jij met je handen op een andere manier geld verdienen.
Da's waar: zo zou je je ook iets af kunnen vragen m.b.t. de functie van banken, of de functie van geld lenen ... de omloopsnelheid van het ruilmiddel ... consumptie die zich naar productie kan richten ... werkgelegenheid ...

Van Rob Wijnberg als filosoof mag ik dat soort genuanceerde denken verwachten.
Van Rob Wijnberg als hoofdcorrespondent die leiding geeft aan het bestrijden van wanen van de dag, en zich daartoe omringd heeft met economen voor dat soort vraagstukken, mag ik dat soort genuanceerde denken verwachten.
Van Rob Wijnberg als consument die in een huis woont dat met andermans spaargeld is gefinancierd, mag ik dat soort genuanceerde denken verwachten.

Daarbij mag je ook nadenken over een "betere" inkomensverdeling. Maar één ding staat als een paal boven water: er zijn nu eenmaal consumptiemiddelen - niet alleen het autootje, maar ook de studie om piloot (of politicus) te kunnen worden - die niet met het in eigen portemonnee beschikbare geld te betalen zijn; de afzet en het gebruik daarvan zal dus georganiseerd moeten worden.

Let op: geld lenen kost geld!
't Is waar: om van iets te genieten zal je iets op moeten offeren: van wat je nu hebt, of van wat je in de toekomst aan potentie hebt.
Ofwel: als je graag naar de hoeren gaat, en je hebt geen geld, dan zul je een keuze moeten maken.

NB Dit is één van de 4 posts waarbij ik inga op mijn kortstondige liaison met De Correspondent; hier wordt het hoe en waarom toegelicht

Saturday, June 14, 2014

de correspondent

Ongeveer twee en een halve maand heeft het geduurd, het samengaan tussen De Correspondent en mijn persoontje.

Veel te laat had ik lucht gekregen van de oprichting van deze internetkrant door Rob Wijnberg en Ernst Pfauth. Ik "kende" Rob Wijnberg van de NRC, van een optreden bij Buitenhof en nog wat van die dingen. Ik was gecharmeerd van zijn manier van doen.

Ik heb mij direct geabonneerd. En ik werd onmiddellijk verliefd, schreef ik. Wat verliefd is weet ik niet meer zo goed, maar ik bedoelde mijn verhouding tot dit nieuwe initiatief zo positief mogelijk uit te drukken.
Hetgeen geholpen werd door het eerste artikel van Rob Wijnberg waarmee ik kennismaakte: de middelvinger voor Wilders. Ik dacht: hier nemen ze geen blad voor de mond. En, hier hoef je geen blad voor de mond te nemen.

Er wenkten een paar aantrekkelijke perspectieven:
- omgeven te zijn door jonge honden: Vera Mulder is zo'n jonge hond - ik mag haar graag aanbevelen (ik denk ook dat ze onderbetaald wordt)
- een rustig sitebeeld zonder enige vorm van reclame
- frisse teksten (whatever dat gevoel verder mag betekenen, maar het was een eerste indruk)
- kunnen reageren zonder dat daar een moderator tussen zit

Zeg maar dat de site niet heeft gebracht wat ik ervan verwachtte. Dat zal deels gekomen zijn door mijn hoge verwachtingen. Maar, ik heb me ermee vermaakt doordat ik op alle mogelijke manieren mijn energie kwijt kon, in het opschrijven van wat ik zo nu en dan nodig vond op te schrijven.

Waar ze mij nooit in teleur hebben kunnen stellen: het credo over waan van de dag. Ik heb daar nooit in geloofd. Ik heb door De Correspondent ook niet leren onderscheiden wat wel en niet de waan van de dag is.

In één ding ben ik heel erg teleurgesteld geworden.
Ik ben vroeger toen ik een klein kind was als gelovige opgevoed. Mij zijn veel verhaaltjes verteld. Door mijn vader, door de dominee. Volgens sommigen zelfs door God: een stem waar ik goed naar moest luisteren, want anders volgden klapjes.
Er worden bij De Correspondent ook veel verhaaltjes verteld. Op dezelfde manier, bedoel ik. Door zogenaamde autoriteiten. Op eenzelfde drammerige manier als thuis, op de Christelijke school, op de zondagschool. Op eenzelfde herderlijke manier als in de kerk, op catechisatie.
En ik voel me ook among believers.

Over de "scheve" ook wel "onrechtvaardige" inkomensverdeling.
Over duurzaamheid.
Over de functie van de banken.
Over de grote nadelen van de huidige maatschappelijke inrichting.

Een soort puinhoopverhalen a la Pim Fortuyn, maar dan "redelijker" geformuleerd. En altijd getekend door correspondenten, die dankzij de huidige inrichting van de maatschappij, en die hele context, op hun manier kunnen werken aan hun biografie.
En als Elizabeth Warren de rijken in Amerika mag voorhouden dat ze het echt niet in hun eentje hebben gedaan, dan mag ik Pfauth en Wijnberg c.s. toch wel wijzen op de rijkdom die zij "van thuis hebben meegekregen", alle ellende ten spijt.

Ik ben op de verkeerde gevallen, zeg maar.

Daar is het waar we botsten, De Correspondent en ik. Die verhaaltjes, dat wat geloofd wordt, daar wilde ik graag, soms te graag wellicht, tegenin gaan. Dat wordt ook in die kringen, net als bij de gelovigen, niet gewaardeerd. En zo werd ik eerst, door de hoofdcorrespondent, aangesproken op mijn toon. En vervolgens kreeg ik van de secretaresse een briefje waarin ze mij meedeelde "Uw bijdragen onder stukken [...] zijn zelden tot nooit onderbouwd of constructief." en mij uitnodigde om mij in de toekomst naar "haar" aanwijzingen te gedragen.

Ik geloof dat ik dat nog het meest erge vond: die tekst is uiteraard niet van de secretaresse, die tekst is van Rob Wijnberg en Ernst-Jan Pfauth. Geen jonge honden - eerder laffe honden, zou ik zeggen - maar door de wol geverfd in het publiciteitscircuit, waan van de dag of geen waan van de dag, en beide intensief bezig met hun eigen biografie.
Dat mogen ze van mij. Maar als je dan zo graag leugens wilt ontmaskeren van grote bedrijven en grote borstkloppers, wees dan zo eerlijk, en verberg je niet achter een secretaresse als je zelf een leugen wilt verspreiden.

Want er staat daar in ieder geval een pertinente leugen: "... zelden tot nooit onderbouwd". Je kan van mening verschillen over "zelden of nooit" maar een feit is een feit: nog nooit heeft iemand een vraag gesteld over een bijdrage van mij die ik niet kon beantwoorden, en nog nooit is een dergelijke dialoog geëindigd met de conclusie: je kletst uit je nek, Leonardo.

Ik heb die mail openbaar gemaakt, op De Correspondent. Toen kwam de druppel. Eén van de "believers" suggereerde dat een (mede-)lid van De Correspondent deze tekst had geproduceerd en dat de secretaresse die, "verpakt" als dé geldende mening, aan mij had doen toekomen. Als ik nou gewoon even de secretaresse raadpleegde.
Ik moest dus aannemen dat medeleden anoniem over mij mochten klagen en dat De Correspondent daarnaar handelde. Ik moest mij dus in gedachten verplaatsen in de tijd, naar tijden ver voor De Verlichting, waarin de Kerk zo haar eigen methodes had om af te rekenen met ketterijen.

Ja, hallooooooh ... zo gaan we niet met elkaar om.
Ik weet niet of dat van deze tijd is, zoiets is in ieder geval niet van mijn tijd.
Mijn credo is dit. Ernst-Jan Pfauth en Rob Wijnberg zijn verantwoordelijk voor die krant. Hoe ze dat doen, en wat ze daarmee doen is hun eigen zaak - het is hun krant. Als ze mij willen kapittelen voor dingen die ze niet aanstaan is dat hun goeie recht.

Voor mij is het heel simpel. Als iemand regeltjes stelt in een ruimte die ik niet hoef binnen te gaan, en die regeltjes bevallen mij niet ... wel, dan blijf ik weg uit die ruimte. En zo heb ik besloten De Correspondent te laten voor wat ie is, en gedag te zeggen.
Een illusie armer en een ervaring rijker.


NB in komende posts zal ik twee van die "verhaaltjes" aan de orde stellen:
- over duurzaamheid, en de melancholie die ik daarachter vermoed
volg deze link
- de functie van banken, en het geld lenen dat geld kost volg deze link
En ik voel me verplicht na te denken over de verhouding tussen verhaaltjes en idealen.

Tuesday, May 13, 2014

voetnootjes knabbelen

Was Socrates echt zo saai, vraagt iemand mij.
Betere vraag is: heeft Socrates echt geleefd?

Laten we beginnen met de vraag: is ie wel dood gegaan?
Vast wel. Als hij geleefd heeft zal hij ook wel dood zijn gegaan. Maar ik weet zeker dat hij die gifbeker niet geledigd heeft. Iemand die met een feeks samen kan leven, heeft ook geen last van een paar mensen die vinden dat ie op moet rotten.
Zo heeft mijn vader eens tegen iemand, die vond dat ie altijd gelijk had en nog nooit een fout had gemaakt in zijn leven, gezegd: dan wordt het tijd dat je doodgaat (je moet dat in het Zeeuws horen om te begrijpen dat dat wel te verdragen is). Die man heeft natuurlijk niet stante pede zelfmoord gepleegd.

Bij ons op het dorp had je een plek, de kop van de haven, ook wel de hoek van de Voorstraat, waar mannen bij elkaar stonden als ze niks anders te doen hadden. Zaterdagavond, zondagmiddag. Daar stonden ze dan een paar uur, een opmerking over het weer, of over de volkstuin, en zo nu en dan zeiden ze ook een hele tijd niks. Er was toen nog geen tv.

In Italië gaat dat iets anders. Daar komen ze ieder vrij uurtje op het piazza bij elkaar en gaan op een bankje zitten. Kopen één glaasje water in de bar - kunnen daar een hele avond op teren - terwijl ze een beetje kletsen. Dat kan een heel lawaai worden als het over Berlusconi gaat, of over Prodi. Een paar hebben dan het hoogste woord. Als er eentje een punt maakt zeggen de anderen met z'n allen beh, wat zoveel wil zeggen als: eigenlijk heb je wel gelijk. Als de ander een punt maakt, zeggen ze weer met z'n allen: beh.

Zuid Europa.

Zo zal dat ook gegaan zijn in Griekenland. Dus daar zal Socrates, en de kleine Plato, en nog wat mannen uit het dorp bij elkaar hebben gezeten op de agora, op een grote steen die gestut werd door een paar kleine steentjes. Bekertje water in de hand en dan een beetje lullen. We gebruiken nu woorden als academie, of gremium, om de heiligheid van het voorbeeld naar ons toe te trekken, maar veel meer is het niet geweest. Socrates zal vast het hoogste woord gehad hebben, kon ook mateloos irritant zijn, en zo zal daar ook wel iemand geweest zijn die gezegd heeft: 't wordt tijd dat je dood gaat. Of dat in het Grieks net zo onschuldig kan klinken als in het Zeeuws weet ik niet.
Ik vermoed dat Socrates zijn schouders opgehaald heeft, net als bij de woede-uitbarstingen van Xanthippe.

Daar staat het min of meer expliciet: er is vast ooit een Socratesje geboren.
Is het Plato geweest die ons daarvan kond heeft gedaan?

Als je onze "onvolprezen" Wiki - zgn. onafhankelijk en objectief - raadpleegt voor een bijbels boek of voor een geschrift van een Griekse filosoof, zie je dit verschil.
- van een evangelie wordt vermeld dat de auteur dubieus is, en dat het oudste handschrift van ver na Jezus optreden stamt
- bij een werk van Plato wordt alleen aan de inhoud gerefereerd
Terwijl het oudste Plato-"manuscript" stamt uit ca. 900 en in Latijn geschreven is, ofwel een vastlegging zo'n 1350 jaar na zijn dood. Bij de geschriften over Jezus hebben we het over een tijdspanne van tussen de 300 en 700 jaar na zijn dood. Da's nogal een verschil.
Dus, als er getwijfeld moet worden aan "feiten" uit het leven van Jezus, dan mag je toch zeker wel twijfelen aan "feiten" uit het leven van Socrates.

Niet ondenkbaar dat Socrates zich op dit moment, nu ik dit opschrijf, of U dit leest, omdraait in zijn graf.
Niet omdat ik oneerbiedig over hem spreek.
Nee, uit nijd. Hij realiseert zich opeens - in mijn kop zit ik inmiddels alweer meer dan 2000 jaar verder, in het jaar 1750, bij de dood van een ander genie - dat Bach wel een prachtig muziekdrama heeft gewijd aan het lijden en sterven van een dubieuze Jood die ook een paar wijsheden heeft gedebiteerd, terwijl deze componist bij de heldhaftige dood van hem, die toch met wijsheden strooide, geen nootje heeft weten te verzinnen.