De schrijfster - wie en hoe is verder niet van belang - herinnert zich een les van haar toneelleraar: hoe een koningsdrama te spelen.
„De koning speelt zelf niet”, zei hij. „Anderen spelen de koning.” Hij bedoelde dat alle spelers om de koning heen de macht van de koning moesten uitbeelden. Door buigen, nederig doen, knikken. Het spel van de anderen maakte de macht van de koning reëel.Dat mag misschien gelden voor de koningsdrama’s die in de afgelopen eeuwen zijn geschreven en gespeeld. Maar de koningsdrama’s die zich in werkelijkheid manifesteren, sinds de tijd van de constitutionele monarchen, zijn echte drama’s wat de koning/koningin betreft.
Neem Charles III. Eerst oneindig lang wachten voordat je Koning mag worden. En als je dan Koning bent word je geplaagd door een ernstige ziekte, en als je al niet ziek zou zijn word je achtervolgd door een broer waar je wel doodziek van moet worden. En weinigen om je heen willen jou nog de koning spelen.
Hoe zou dat met Willem Alexander gaan.
Hij krijgt bezoek van een man, belangrijk genoeg om op het paleis ontvangen te worden … en die man speelt niet mee. De deuren van het koninklijke vertrek worden opengedaan – wellicht nog een lakei die buigt tijdens de aankondiging – maar de gast komt zelfverzekerd binnen, loopt met vaste tred op Willem af met uitgestoken hand, en zegt: meneer Van Amsberg, aangenaam kennis te maken, het is mij een waar genoegen. Hoe maakt U het?
Dan gaat dus niet op wat die toneelleraar zei. Als je omgeving niet speelt dat jij de Koning bent, dan moet jezelf de regie weer in handen nemen.
Oeps, da’s lang geleden. Hoe deed King Henry VIII dat ook weer? Nee, executeren mag niet van de grondwet. Uh … Henry … maar Maurits zou toch wel als één van de eersten langs komen … hij moet vlug denken.
Nou ja, vooruit. Hij negeert de uitgestoken hand en de vrolijke blik, pakt zijn klingeltje, en vraagt de aansnellende lakei … sorry, gebiedt de lakei de gast de deur te wijzen en hem nooit meer binnen te laten.
Hm … ik weet het zo net nog niet.
Die toneelleraar wist hoe het in niet zulke democratische monarchieën er aan toeging. Ja, de omgeving speelde de Koning. Dat wil zeggen: ze speelden mee omdat ze wisten dat als ze niet meespeelden de Koning heel vervelend mocht en kon worden. Eenmaal thuis, op hun eigen castle, liepen ze te godveren over hoe slaafs ze zich weer hadden gedragen. En moest moeder de Gravin het ontgelden. Benieuwd of die toneelleraar ook goede raad zou hebben voor onze Alex.