Monday, May 11, 2026

strofenverdriet

Zingt voor de Heer een nieuw lied … aldus de opdracht in een van de psalmen aan de dichters onder het volk van onze lieve Heer (vert. Gerhardt) – jaja, ook de Psalmen zijn ingeblazen door de Heilige Geest bij gevoelige knapen en sterke vrouwen die ook mee durfden te doen. En de ingeblazenen hebben er wat moois van gemaakt.
150 Psalmen en 365 gezangen, althans in wat oorspronkelijk de Nederlands Hervormde Kerk was. En na het samengaan van de protestantse kerken hebben deze zich er toe gezet om hun Liedboek uit te breiden tot meer dan 1000 liederen.
En dan daarnaast nog dikke liederenbundels. Wij hadden thuis Stemmen des Heils op het orgel staan, de buurman had Johannes de Heer.
Dat was Nederland, maar het buitenland had ook een rijke schakering aan bundels, en navenant veel liederen. Daar waren natuurlijk veel overlappingen, maar er was toch wel zoveel origineel dat God daarboven zich iedere zondag kon vermaken – zodat, als de totale inhoud eindelijk naar boven was gezongen en er opnieuw begonnen werd, God kon denken: oh ja, die hadden ze ook nog en er zo een glimlach van herkenning op zijn Heilige, Liefdevolle Aangezicht kwam.

Maar daar zat hem nou net nou de kneep.
Zo ging het niet helemaal. Zeg maar: helemaal niet. Het was niet zo dat alle liederen aan de beurt kwamen, op volgorde of random. God kreeg niet iedere week een nieuw lied voorgeschoteld, en al helemaal niet dat gegarandeerd ieder bestaand lied aan bod kwam. Het omhoog galmend volkje had zo zijn voorkeuren. Bij de Psalmen, bij de Hymnes – jaja, ook in het buitenland – waarbij de liederenbundels het wonnen van de liturgische canon.

Daar is onderzoek naar gedaan. Want niet alleen het volk had zo zijn voorkeuren, nee, ook de herder van de kudde, die Gods schapen aanstuurde bij het blaten en aangaf wat er die zondag gezongen moest worden. De bron? Wel, de dominees gaven iedere week psalmbriefjes aan de organist, zodat hij zich kon voorbereiden op de begeleiding van het zingen in de kerk – dat God zich een beetje serieus genomen voelde, wil ik maar zeggen. En die briefjes (gearchiveerd) vormden nou niet bepaald een representatieve weergave van de 150 psalmen en 365 gezangen in de gebundelde kerkliederen.
En dan waren er ook nog schapen die er de voorkeur aangaven om uitsluitend met gebogen hoofd klagelijk te blaten over het kwaad dat ze zelf bedreven hadden, en over het nog grotere kwaad waarmee de samenrottende bozen hen bedreigden – de klaagpsalmen van de gereformeerde bonders in de Hervormde Kerk.

Ik heb daar ook zelf ervaring mee. Het is er bij mij met de paplepel ingegoten, en ik heb me in mijn knapenjaren een getrouwe leerling betoond. Dus ik dacht dat ik wel een behoorlijk deel van dat geestelijk erfgoed eigen had gemaakt. Dat viel bij nader onderzoek – dat ik deed vanuit een ander gezichtspunt - behoorlijk tegen.
Er zijn bij dat onderzoek 73 psalmen langs gekomen, ongeveer de helft, en daarvan waren 23 mij totaal onbekend.
Die 73 psalmen vertegenwoordigden 53 melodieën, daarvan had ik er 12 nog nooit gehoord, laat staan zelf gezongen.

En daarmee wordt het grote strofenverdriet zichtbaar. Die 73 psalmen stonden voor 661 berijmde verzen. Van die 661 waren er slechts 98 die mij vertrouwd waren. Dit corpus van 150 individuele gedichten kent 1431 psalm-vérsjes, en met het schaamrood op de wangen moet ik bekennen dat maximaal 215 mij iets zeggen. En ik vrees dat dit betekent dat het met de dominees, die de gemeenteleden daarbij aanstuurden, niet veel anders gesteld was.

De dichters van die psalmen en gezangen én gelijksoortige liederen moeten daar toch wanhopig van worden. Zitten ze een prachtige hymne bij elkaar te dichten, een tekst die loopt als een klok waarvan de strofes onderling goed zijn afgewogen en keurig in logische volgorde zijn gezet – waar ook onze Lieve Heer met instemming zijn ogen op kan laten rusten - en dan besluit de dominee dat het met vers 1 en 3 wel gezegd is. En in tv-programma’s als Nederland zingt (EO) of het Songs of Praise van de BBC idem dito: je krijgt meestal 2 en een enkele keer 3 verzen te horen.

Maar ook de componisten doen daaraan mee. Bach bijvoorbeeld, gebruikt vaak een kerklied in zijn passionen, cantates en dergelijke. Je ziet zelden een tweede vers. In de Mattheus gebeurt dat een keer, met O Haupt voll Blut und Wunden. Slechts twee coupletten. Het oorspronkelijke kerklied heeft 10 coupletten.

En dan zijn er nog die hele eigenwijze preekheren. Heb ik een paar keer meegemaakt in mijn leventje als kerkganger. Dominee vond een beetje van het ene vers wel mooi en een beetje van een ander vers. En dus moest de gemeente zingen psalm 42 vers 3a … en na vers 3a vervolgt U dan met vers 7b. Jaah? Dus graag eerst 3a en dan 7b zingen.

Maar, de godsdienstwaanzin ten top, ik meen dat het Hans Sievez is, de hoofdpersoon in Knielen op een bed violen van Jan Siebelink, die er van droomt om psalm 119 vers 1 t/m 88 nog eens te mogen zingen, en dan op dreun. Dat is misschien wel de wens van de psalmdichter, maar zelfs ijzervretende kerkgangers moeten daar toch buikpijn van krijgen: zo’n twee en een half uur onafgebroken zingen. [’t Kan ook zijn dat dat mijn droom is, dat de in de kerk bijeengekomen mannenbroeders die opdracht van de dominee krijgen, en dat ze dan met z’n allen de kerkbanken uitschuiven, zo van: prettige zondag verder, dominee. (Ik kan het niet nalezen, ik heb het boek na lezing van ongeveer de helft weggegooid, maar Google AI bevestigt mijn herinnering.) ]

En dan het meest bevreemdende?
Er is een gezang in de Hervormde bundel van 1937. Daaruit werd bij ons thuis niet gezongen, wij waren gereformeerd. Daarin is een lied dat ik ook nog nooit gezongen heb, wij hadden die bundel ook niet in huis. Maar ik kan de volledige tekst, vier strofen, zo opdreunen. En ik ken de melodie. Als ik dit lied op de piano speel komt de hele tekst als vanzelf boven. En ik kan niet achterhalen waar ik dat vandaan heb.

Waar zit hem nou net toch die kneep?
God zal het weten.



No comments: