Zijn de meningen van schrijvers/schrijfsters, interessanter of van meer belang als die van andere beroepsgroepen, dan wel, heel algemeen, die van andere Nederlanders. Dat vraag ik me al langer af, maar nu is er een aanleiding om met dat gevoel uit de kast te komen. [Okay, schrijvers en schrijfsters weten hun mening wel als interessant te verpakken.]
Wat is er gebeurd? Wel, Connie Palmen, heeft als mening verkondigd, in de Volkskrant, dat het voor een vrouw, om goed te functioneren als schrijfster, beter is om geen kinderen te hebben. Ze zei het zo
Ik houd natuurlijk wel van kinderen. Wie dat niet doet, is een psychopaat. Maar ze zouden mij op dezelfde radicale manier bezetten als het schrijven me bezet.Marijke Schermer, schrijver, en Lotte Houwink ten Cate, historicus en columnist, hebben het haar zo horen zeggen
De bewering van Connie Palmen dat een succesvolle vrouwelijke auteur altijd ook het moederschap ervoor moet opgevenEr zit toch wel het een en ander aan licht tussen beider wijzen van spreken, maar een kniesoor die daar op let. Alhoewel, de beide criticasters willen Palmen een misogyne cliché in de schoenen schuiven.
[… én …]
maar met de bewering dat een vrouw om radicaal te zijn ‘altijd ook het moederschap ervoor moet [...] opgeven …
Nou ga ik er niet over wie er gelijk heeft – dat God een wacht voor mijne lippen zette – maar ik heb toch wel een vraag voor Palmen.
Hoe staat dat dan met indrukwekkende, zeer aanwezige mannen – zeg maar zwaargewichten, niet alleen in hun werk, maar bovenal als ze niks om handen hebben. Ik doel nu uiteraard op Ischa Meijer en Hans van Mierlo. Ik weet niet of Palmen een feministe is, maar ze zal ongetwijfeld bekend zijn met het feministische dogma dat “mannen toch altijd weer kleine kinderen worden in de buurt van interessante vrouwen”.