Wednesday, November 4, 2026

niet kunnen schrijven

Zojuist de vuistdikke pil Inkt, bloed & liefde over het leven van de dichter Leo Vroman dichtgeslagen, nadat ik ook de bladzijde over de laatste dag van hem had gelezen. Die laatste bladzijden van biografieën zijn voor mij zonder uitzondering ontroerend, ongeacht het lijdend voorwerp.
Ik zou nu iets moeten zeggen over de biografie, én over de biograaf, Atte Jongsma, die zo’n indrukwekkende prestatie heeft geleverd.
Maar ik weet niks te schrijven, over de man wiens leven het was om gedurig met een pen in de hand over papier te krassen. En opeens vroeg ik me af: zou Vroman, met zijn indrukwekkende productie van poëzie (bovenal) en proza, ooit een writer's block hebben gehad.
Ik ben dat niet tegengekomen in zijn levensbeschrijving, en AI zegt ook: nee! Maar hij was wel bang dat die hersenpan van hem niet meer zo zou functioneren dat ie pen en papier zou kunnen pakken en dan wat schrijven – en die angsten vertrouwde hij dan weer aan het papier toe.

Ik ken een Amerikaan die hem daarin voorging. Zorgen om een writers block, dat ook als bedreiging zag, en daar uit voorzorg een remedie voor schreef. Thomas Lynch, dichter en essayist: neem wat voorwerpen, lees een stukje in de krant, kijk uit je raam ... en dicht een vers. Hij gaf een voorbeeld. Ik zet ze hier tegenover elkaar want ze stonden ook tegenover elkaar.
Lynch was ook doodgraver en Vroman zou je een levensgraver kunnen noemen: hij sneed konijntjes open, deed wat in hun binnenste en naaide ze dan weer dicht om te kijken wat het lijf van dat konijn ging doen. Lynch sneed kleine openingetjes in dooie mensen om ze, al balsemend, in goede staat te houden voor hen die nog een laatste blik wilden werpen.

Ze beleven / beleefden hun onrust héél verschillend.

Eerst Leo Vroman: EEN KLEIN DRAADJE

Met dat hoofd gebeurt nog eens wat.
Het gelaat ligt me al te plat
op de vette hersenkast.
Er gebeurt vast wat.

O, als ooit dit peinskistje splijt
als een vrij eetbare brei
verschijnt dan dit brein van mij
en bevlekt met gedachten de grond
maar de dood verzegelt mijn mond,
en minder dood dan wel veilig
sterft het schijnheilig.

Door de dood word ik graag overmand.
Ik vrees meer mijn gezond verstand.

Ik vrees dat leger van spinnen -
- de zenuwcellen daarbinnen.

Dat vreselijk web vol webben
kan ik eigenlijk niet goed hebben.

Wat zou er b.v. gebeuren
als twee draadjes zouden scheuren
en contact maken met elkaar
onzichtbaar, diep onder mijn haar,
terwijl ik uitwendig zo
maar in een winkel bezig ben
groenten en vlees te ko-
pen...

Er knetteren geen vlammen en vonken.
Iemand zegt: is hij dronken?

Opeens zit ik voor ons huis op de stoep
met zes duizend blikken soep.

En zegt mijn tedere vrouw:
lieverd, wat doe je nou?
Dan zeg ik: nu gaan we eten,
o nee, ik ben de soep vergeten.

Gebeurt het onder het dichten,
wie purp publiek dan inlichten
dat dit geen genialiteit
maar een purpje los is, of kwijt?

Een draadje dat stroom opslurpt
van murp gedachtengurpt.

En kurpsluiting leidt tot brurp -
Brarp! Hurp! Hurp!


En nu Thomas Lynch: A NOTE ON THE RAPTURE TO HIS TRUE LOVE.

A blue bowl on the table in the dining room
fills with sunlight. From a sunlit room
I watch my neighbor's sugar maple turn
to shades of gold. It's late September. Soon...
Soon as I'm able I intend to turn
to gold myself. Somewhere I've read that soon
they'll have a formula for prime numbers
and once they do, the world's supposed to end
the way my neighbor always said it would –
in fire. I'll bet we'll all be given numbers
divisible by One and by themselves
and told to stand in line the way you would
for prime cuts at the butcher's. In the end,
maybe it's every man for himself.
Maybe it's someone hollering All Hands on
Deck! Abandon Ship! Women and Children First.
Anyway, I'd like to get my hands on
you. I'd like to kiss your eyelids and make love
as if it were our last time, or the first,
or else the one and only form of love
divisible by which I yet remain myself.
Mary, folks are disappearing one by one.
They turn to gold and vanish like the leaves
of sugar maples. But we can save ourselves.
We'll pick our own salvations, one by one,
from a blue bowl full of sunlight until none is left.


No comments: